Blijkt dat alles interactie is 04/03/2017

Je kijkt en je brabbelt. Je kijkt opnieuw en verheft je stem terwijl je ene wenkbrauw een kleine boog maakt. Je kijkt weg en wijst met je kleine vinger naar de andere kant. Een schelle stembuiging vergezelt een nieuwe richting waar de vinger naar opschuift. Je kijkt even over je schouder en blaast de lucht uit je levende longen. Op handen en voeten beslis je een richting uit te gaan die ik blijkbaar, aan je blik te zien, dien te volgen.

En dan hou je plots halt. Je krult je billen warm op de pamperondergrond. Je rust even uit. Je staart voor je uit met dat blauwe onding, tutterend heen en weer tussen je lippen. En dan zucht je, net zoals je Moeke.

19095808_10213452024643868_826297587_o

Een lichaam hangt ook maar samen met het nu blijkbaar 05/02/2017

Iets simpel als jouw in goede handen achterlaten, maakt me zo klein. Misschien omdat ik nooit onderwerp van verlaten ben geweest, althans niet in deze eenvoudige vorm. Je krampachtige krul in je onderlip en je oogjes flauwrood omrand zeggen meer dan de nieuwsbrief van kind en gezin. Je maakt een punt in het nu. Je leert me het zelf te doen zonder jou. Voor eventjes toch ben ik het feit en jij verwondering.

 

Kruipen achter dat wat je voor je uit gooit 10/01/2017

Vandaag ontdek ik hoe de mensheid ooit in zijn enkelvoud is gaan bewegen. Blijkbaar moet je de dingen voor je uit gooien en dan kijken, observeren en er gewoon achteraan. Je eigen leven lijkt dan te bewegen.

Ze zijn klein, kleurrijk en in verschillende vormen de dingen die je voor je uit gooit. Er blijkt niet echt een overweging of een strategie in te zitten. Op het eerste zicht ben je nogal zinloos bezig. Op het tweede zicht confronteer je me met beweging in het leven. Je toont me hoe je het zinvolle niet zo ver moet zoeken. De zoektocht beperkt zich tot het reiken naar het kortbije omdat dit veilig is. Omdat je mag verwachten dat de kleurrijke dingen kortbij met een bedoeling kleur hebben. Ze zijn zo vertrouwd dat je ze voor je uit mag gooien.

Ze wachten gewoon op je beweging.

 

De kleine Davidstoren 14/12/2016

David heeft met een kleine slingerbeweging een reus verslaan. Klein maar dapper. Het is daarna klein duimpje ook overkomen terwijl hij alleen maar broer van de broers wou zijn, familie dus.

Vandaag overviel me deze gedachte bij een hap fruitpap. Alsof de geschiedenis van het “Dapperdom” naar me glimlachte, zo werd ik stil tijdens mijn slingerbeweging met een hap geplet fruit. Klein maar dapper, gestift in jouw vogelgewijs opengesperd bekje stond hij daar, de kleine Davidstoren. Klaar om te groeien, om zich vast te bijten in het leven.

De eerste soldaat van het witte leger. Vreedzaam afwachtend op zijn kompanen van het malen.

cas-21

Ceci n’est pas une tute

img_4036

Ceci n’est pas une tute 18/11/2016

Je reikt naar het blauw groene heiligdom alsof het met je mee is gegeven om te leven. Heel af en toe wil je dat kleine troostdom met me delen. Je doet dat omzichtig en traag alsof je me nog niet vertrouwt.

Ik brabbel wat filosofische jabbertalk met de heilige blauwe gelsubstantie tussen mijn tanden en jij schaterlacht. Je blikt me wat schelmachtig toe alsof je wil zeggen dat ik in relatie tot het zuigfenomeen nog veel te leren heb. Je deelt de eerste verbinding tussen gift en aanname met mij, arme wereldbewoner. Kleine betweter met de kuilige wangen. Je vangt me.

Ik zou ze herkennen, die blauwe tutter van jou tussen een miljoen andere. En nu, des avonds, ligt de focus van het leven naast je op je kussen, uitgeput van het zijn.

 

Zoveel mensen om ons heen

eerste-fotos-casjeGeboorte 01/04/2016

Zoveel mensen om ons heen. Ik ken er niemand van, behalve je moeder. Ze geeft zich voor het eerst en ik heb een donkerblauw vermoeden ook voor het laatst in het nu. Haar armen gekruisigd en overgeleverd aan de vrouw die boven haar hangt. Haar benen dicht voor het eerst in zeventien uren. Haar hand in de mijne. Haar ogen naar de vrouw die op dat moment het meest vertrouwen gaf en recht boven haar gelaat hing. Gelukkig ben ik niet echt jaloers omdat zij me geleerd heeft hoe dat niet hoeft. Appelblauwzeegroen, zo wil ik me de jassen herinneren. Bedrijvigheid, ik woon in een bijenkorf vanaf nu. Er zijn zoveel werksters voor één koningin, geen man te bespeuren. Of toch, de man die vraagt om te tellen tot drie en de man die mij zoetbloederig met een oprukkende wasem uit een ander leven toeschreeuwt dat hij vanaf nu de altijd de aanwezige zal zijn. Ik schrik, streel haar en loop met een lens die inzoomt achter je aan. Ik maak mijn beste foto ooit.

 

Het lijkt wat op de circusschool

Ergens op weg naar 01 april 2016

Het lijkt wat op de circusschool waarin we belanden. Kleurige hangdoeken die net niet bewegen en toch in slappe hangtoestand iets van je verwachten. Een grote blauwe bal waar je mee zou mogen rollen als een wijs in meditatie, zen over en weer. Ik had je zo graag in het warme bad willen droppen, met held en al, maar het oogde al koel toen we ons aanmelden in het huis van leven. Ik heb je nog nooit zo gelukkig in pijn geweten. Bevallen, mij lijkt het een ambacht. Ik richt een nieuwe gilde op. Die van: ‘ik ken hier niets van en toch ben ik vertrouwd met de stiel.’ Op de gang feest een Afrikaans gezin een geboorte. Veel volk op de gang, veel muziek in hun glimlach. De opa vertelt vol humor aan de vroedvrouw hoe wit zijn kleinkind op de wereld kwam. En of ze dat gezien heeft? Alsof hij wou overtuigen dat we tenslotte toch allemaal gelijk zijn. De man deelde haar als een oude puber mee dat hij net veertig was geworden en dus nu ook opa. Ik werd vijftig.

 

Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien

Iets voor middernacht 31/03/2016

Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien. Het water liep uit haar lijf en droogde op in haar ogen.
Iets zoals sterren dat ook doen, blijven blinken. Ze was zo sereen en rustig in elke kleine beweging die ze maakte. Zelden was ze zo mooi. De held in ons leven stapte even rustig als zijn moeder in mijn leven.
Het donker buiten zong een verstaanbaar lied, althans voor wie de refreinen kent. Ik stapte een nieuw leven in met haar, met hem. Hij was me al negen maanden dierbaar. Ik opende het boek dat ik nooit heb willen kopen maar waarvan de hoofdstukken al in boekdruk leefden in haar hart. gapen-en-slapen