Over Jezus en de zon…08 juni 2024

Ondertussen heb je de Lego geruild voor een nieuwe passie. Je kent alle Pokémons die er bestaan denk ik. Ik luister aandachtig naar de namen van  je top drie: Gengar, Machoke en Urshifu.  “Zal ik ook eens de The lengandary’s opsommen, mama?  Ik ken er al 27:  Regiys, Regirock, Registeel,…” Je speelt het Pokémonspel met twee dekken tegen Apie want Sam snapt het spel niet. Na een uur geef je het op want Apie verliest meestal en zegt niets terug. Ondertussen zet Sam al haar knuffels minuscuul op een rij. Ze installeert graag.  Net zoals je moeke als die tijdens het kamperen alle kampeerspullen begint te installeren. Het lijkt alsof ze zo ook zichzelf op orde krijgt.

“Dit zijn al mijn vriendinnen”, hoor ik Sam zeggen.  Als jij haar vraagt of jij daar ook bij hoort, zegt ze van niet: “omdat jij een vriend bent. Anders zou je toch een meisje zijn.”

’s Avonds in bed kruipt Sam dicht tegen me aan.  “Weet je hoeveel ik van je hou mama? 100, 100, 100, 1000 biljard.”  “Amaai, dat is veel Sam.” “Neen, dat is niet veel want het is ook nog terug éh.” Ze wenst al haar knuffels slaapwel. Ze wijkt af van hun originele naam en noemt ze bij kleur.  “Slaapwel Bruintje, slaapwel Witje, slaapwel Oranje-Wit streepje…” Als ze bij mij komt, zegt ze: “slaapwel Huidskleurtje.”

Als ik beneden ben hoor  ik hoe je Sam troost. Ze is bang van de boeven. “Wat als er boeven komen?” Ik hoor je je zus op haar gemak stellen: “Boeven bestaan niet Sam.”  “Jawel die bestaan wel. Enkel spoken bestaan niet want die hebben geen voeten. Boeven hebben voeten dus die bestaan wel. En die komen waar rijke mensen wonen.” Opeens roept ze keihard door de baby-foon: “Mamààààà, zijn wij rijk?”

Vandaag vieren we met onze familie en vrienden je eerste communie. Je hebt samen met ons en priester Bruno mee nagedacht over je viering. Je vertelt aan priester Bruno dat je het verhaal van ‘de blinde Bacterius’ in je viering wil. Je zegt hem dat je houdt van verhalen die gaan over anderen helpen.

We kiezen, net zoals bij je geboorte sterke natuurelementen uit om je kracht toe te wensen: hout, aarde, gras, steen en ijs. Zelf kies je voor de zon: “Want de zon is mooi en ze lijkt op een lava-bol en dat vind ik mooi. De zon is, denk ik het huis van God. Omdat God dan ook ergens woont, behalve in ons hart dan. Ik wil zo lang leven als de zon, ongeveer 14 miljard jaar of zo.  De zon is een ster, even klein als alle andere. Maar omdat die dichtbij is, lijkt die groot. Ze geeft ook veel warmte en ik heb sproetjes. Dat zijn eigenlijk kusjes van de zon. Ik wil ook de zon zijn voor andere mensen.”

Jij bent inderdaad het lentekind. Iedereen is goed gezind want jij brengt de zon en het leven mee. Moest jij een Pokémon zijn dan zou je puur uit vuur bestaan. En ik uit ijs want ik smelt voor jouw kleine wijsheid.

Achtduizend sterren in een zonnestelsel … Kerst 2023

Elke avond als ik jullie te slapen leg dan vertellen we nog even in bed kleine verhalen aan elkaar. Zo even, als de stilte eindelijk mag, nog even in de dag duiken. Kritisch-reflectief schouwen we over onze belevingen. Soms zijn ze aangenaam, soms moeten we iets bijleggen. Jij vraagt naar de essentie van de dingen zoals: ‘waarom is die oorlog nog niet gedaan, mama?’. En weet je dat in het oude Egypte Osiris de God van de doden is?’. ‘Neen Cas dat wist ik niet.’ ‘Weet je dat in het zonnestelsel eigenlijk niets is, behalve de zon zelf?’ Dat is de belangrijkste ster van allemaal.’ ‘Neen Cas, dat wist ik niet. En hoeveel sterren zijn er dan zo, denk je?’. ‘ Ik denk zeker achtduizend of zo.’

Sam gooit het over een andere boeg. Ze blikt terug op de kerstdag op school. ‘Alles was even leuk, mama. Ik wou dat het nog veel langer duurde. Zo lang als naar de andere kant van de wereld en terug naar de klas van juf Sabrina en juf Hillie.’  Ook jij kon maar geen afscheid nemen van je school. De speelplaats trekt. Nog vlug een knuffel voor je meester. Een intieme omhelzing van zijn benen. Ik herken je moeke zo hard in jou. Geen afscheid kunnen nemen van geborgenheid. Hoe sterk kunnen die genen toch zijn. Ondertussen introduceert Sam dat ze wil gaan slapen. ‘Je mag beginnen zingen mama. Slaap Sammetje slaap. Het schaap heeft alle kleuren voetjes. Het eerste is geel en het laatste is regenboogvoetjes, ok mama?’ 

Na vijf kleuren-voetjes voel ik ze in slaap vallen. Terwijl ik stilletjes naar beneden ga hoor ik jou je lichtje weer aanknippen en weer in een Jommeke duiken. Lezen om niet meer te moeten nadenken. Ik ken dat, herken dat. Ik doe alsof ik het niet hoor. Plots hoor ik je lachen omdat Sam nog even probeert te zingen van ‘een bakske vol met stro’.

Vanmorgen gingen we naar de kerstviering in de mooie kerk van het begijnhof in Leuven. De kerk waarin je moeke en ik trouwden. Jij kreeg meteen een herdershoed aan en Sam was een engeltje. Het deed deugd om nog eens samen in gemeenschap het kerstfeest te vieren. Je hoeft de mensen niet te kennen om samen te vieren. Om samen te rouwen ook niet trouwens. Als we stille nacht horen zingen en geen zin gezongen krijgen, enkel tranen. Tranendal is meer dan ooit. Geen plaats in de herberg voor zo velen, geen stille nacht omdat er bommen vallen in het Heilig Land, geen vrede op aarde omdat we er blijkbaar niet toe in staat zijn, de mensheid.

En jullie spelen. Spel bouwt jullie tot wereldburgers. Jullie toveren ons huis om in eilanden van water en grond en lava. De knop om in een knip deze werelden te laten leven zit ergens aan een poot onder onze witte, ronde tafel. De lamp links is de maan, de lamp rechts is de zon. Jullie knipperen die aan en uit op het ritme van Legomasters in de weer met wereldvrede. Jij bent jezelf en Sams speelt Patotter. Patotter is superklein en dik. Ze heeft drie haren op haar hoofd. Het varken is haar lievelingsdier en haar voeten stinken als een jakhals die te veel knoflook heeft gegeten.

Als Sam het beu is om Patotter te spelen wordt ze weer Sam. Ik hoor haar vragen:’ Cas, wat gaan we nu spelen?’. ‘Aardschildpad! Maar jij mag eerst.’

Ik las vandaag in de krant dat achtduizend kinderen stierven in Gaza. Achtduizend sterren die een naam hebben zoals Abdel of Fatima of Yousef of Mariam of Amal of Omar of Ramy of Fadi of Bassam…..

In het zonnestelsel is bijna niets… bijna.

Dank dat u bij ons was … augustus 2023

De zomer mist zijn doel een beetje dit jaar. De zon verstopt zich meer dan ooit. De natuur geeft aan dat het genoeg geweest is.

Bosbranden op Hawaï, noodweer in Slovenië, aardverschuivingen in Georgië, hittegolven in Zuid-Europa. Journalisten spreken over de grootste natuurrampen in de geschiedenis. Journalisten treuren deze zomer. Martine Tanghe was 42 jaar de stem en het gezicht van ‘ons’ journaal. Ze koesterde taal als het hoogste goed. Zo 42 jaar hebben we mogen luisteren naar die mooie stem, mogen genieten van haar onberispelijk taalgebruik.  Het nieuwsanker die tussen alle wereldellende door de moeite nam om ons elke avond te bedanken. Het werd Vlaanderen droef te moede.

Je moeke en ik beslissen om een nieuw avontuur aan te gaan. We gooien alle mogelijke toekomstige vakantieplannen in een eigen campervan. Jullie twee en wij twee rijden de zomer in. Je moeke heeft alles perfect voorbereid. Ik pak last minute mijn eigen valies in. ‘Op die manier vergeten we niets’ zegt ze. Jij en Sam mogen elk 1 rugzakje pakken met spulletjes die jullie mee willen pakken. Moeilijke keuzes worden gemaakt. Blijkt dat 50 Jommeks en 50 knuffels niet in de rugzakken gaan. Terwijl jullie opnieuw beginnen hoor ik zinnen vallen als: “dit is de stomste dag van mijn leven, ik kan niet kiezen, ik wil ook mijn nagellak nog mee, die camperbus is echt te klein Moeke,…”

In Normandië confronteert elke plek ons met een ver oorlogsverleden. Jij bestudeert alle vlaggen, je helpt Sam om de juiste vlag te koppelen aan de Engelsen, de Fransen, de Duitsers,… ik probeer je wat uitleg te geven bij oorlogsvliegtuigen, the rangers, verlaten bunkers en halve propellers die schuin leunend op het muffe zand nooit lijken op te geven. Jij fantaseert erop los. Je tekent de Amerikaans vlag met daaronder in je eerste-leerjaars-handschrift ‘winners’ en de Duitse vlag onderschrijf je met ‘loesers’. Sam speelt met haar nieuwe unicornknuffel die ze me ‘as usual’ weer heeft afgeluisd in le grand marché.

Ik raak ontroerd tussen de duizenden witte kruisen die als dominoblokjes minuscuul achter elkaar staan. Ik hoor jou de namen van de soldaten voorlezen. Sam staart in haar zomers bloemtjeskleed naar het witte kruis van de verloren soldaat. ‘Here rests in honored glory a comrade in arms known but to God’. Jullie eren het met twee kleine steentjes. Hoe moeizaam is het toch voor de mensheid om te leren van de geschiedenis.

Jij stelt duizend vragen. Ik zoek naar antwoorden.

Jij hebt ondertussen een ganse boekhouding bijgehouden van je zakgeld. Je telt de weken dat we op vakantie zijn en hoeveel euro’s je moeke je dan moet bij thuiskomst. Je telt, je rekent, je houdt bij. Je moeke heeft de beste kampeerplek ‘ever’ gevonden. De zee trekt en troost. Ze laat zich bewonderden. Ze schenkt ook. Jullie lopen op en neer de golven in. Sam giert het uit van plezier bij elke golf die zacht haar benen raakt. Jij weet ons in te

lichten vanwaar die golven komen. Je begint te vertellen alsof er een prentenboek in je hoofd geboren wordt: ‘dat het de walvis is die midden in de zee met zijn poep schudt.’ Jullie trekken elke ochtend gewapend met schup en emmer naar het strand. Je roept Sam toe terwijl je met open armen naar de zee rent: ‘Kom Sam, we houden de zee tegen’. Je moeke rolt met een eeuwenoud vertrouwd gebaar haar broek op en bouwt met een ijver van een Amerikaans rancher een dam, een bunker, een kasteel…

Ik besef in veelvoud hoe klein en eenvoudig gelukkig zijn is.

We trotseren op een druilerige dag de weemoed die binnensluipt en rijden met een treintje naar de Mont-Saint-Michel. Hoewel ik deze plaats al vaak bezocht is het zo anders door jullie ogen.  Jij raakt in de ban van aartsengel Michaël die gracieus de top siert met zijn 800 kg. Ik vertel je het verhaal van de draak en pijnig mijn hersenen om een zevenjarige uit te leggen wat een aartsengel is. De verbinding tussen hemel en aarde die hier zo zichtbaar is blijkt toch complexer dan ik dacht.

Sam staat ondertussen bedenkelijk te kijken naar een retabel uit de 17de eeuw en vraagt met een diepe frons en dito trek in de wenkbrauwen of die met de groene schort Jezus is.

We bezoeken het tapijt van Bayeux, een prachtig borduurwerk vertelt the battle of Hastings. Jij bekijkt het met koptelefoon op het hoofd en ik zie je met de ogen van Jommeke genieten van het langste stripverhaal ter wereld. Sam observeert met grote ogen de taferelen waar meerdere helden dood gaan. ‘Wat gaat ons doodmaken?’ vraagt ze jou. ‘Of gaan wij vanzelf dood?’. ‘Misschien wel van oud worden’, hoor ik je tegen je zusje zeggen. ‘Of van nagellak’ zegt Sam. ‘Neen, dat kan niet want vake is ook dood en die zijn vinger was er zelfs af’. Ik begrijp er niets van maar Sam bekijkt je, knikt begrijpend met haar hoofd en wandelt door naar het volgende tafereel.

In het huis van Claude Monet wandel je letterlijk rond in het prentenboek van meneer Monet dat ik je al twintig keer heb voorgelezen. Je geniet van de waterlelies. Sam huppelt opgewekt door de prachtige tuinen. Je moeke legt de obligatoire selfie vast op de brug waar meneer Monet zijn waterlelies schilderde.

Het winkeltje ‘waar we niets gingen kopen’ leverde een leesboek voor Sam, een kleurboek met speciale kleurpotloden van Meneer Monet op voor jou. Je moeke glimlacht naar mij met een veelbetekenende krul op het einde van haar lach en rekent af in het winkeltje ‘waar we niets gingen kopen’.

’s Avonds maken jullie een tekening over wat jullie allemaal missen thuis. Ik begrijp dat gevoel ook, dat van graag thuis zijn. Je moeke rijdt naar huis met de camper. Ik zie dat ze heel blij is met ons en met de bus. Eindelijk mogen we ook even luisteren naar haar spotifylijst. Jullie lijsten zijn grijsgedraaid: van crazy frog met a ring-ding-ding, axel f, tricky en de hele

like me santeboetiek er achterna. Als ik naar je moeke kijk zie ik een trage traan die van haar wang naar het stuur glijdt. ‘Van geluk’ vraag ik. ‘Ook’ zegt ze.

Thuis herlees ik een interview met Martine Tanghe. Bij haar laatste journaal geeft ze vertrouwen voor de verdere dagen zonder haar. ‘Het komt allemaal goed’.

Dankbaarheid overvalt me in bakken.

Dank dat u bij ons was Martine.

Op weg naar Pasen 08 april – 2023

De weg naar Pasen, voor de ene een weg van verstilling, voor de andere een weg naar nieuw leven, naar nieuwe plannen of lichtjes andere plannen. Augustinus’ beschouwingen kondigden het aan als een tijd waarin we met ‘het hoofd in de hemel vertoeven maar met de voeten op de grond’.

Wij trekken erop uit met een gehuurd camperbusje. De grote droom van je moeke. Helemaal in haar eigenste nopjes, focus op de weg, ogen richting aarzelende zon, hart op de immer juiste plaats. Het busje is ons huis voor de komende week. De omgeving wisselt, de tuinen rondom het huis verleggen zich op het meanderend ritme van de rivier. De inwoners van het nieuwe huis ken ik al langer.

Pasen maakt wegen vrij naar de kern van de dingen. En die is ‘stil en eindeloos’, dichtte Timmermans.

Op weg naar Pasen, huppelt ook de haas mee. In het jaar van de haas trekt hij zelfs een extra sprintje. Kwetsbaar op een open veld rent hij heen en weer. Sterk schenkt hij zijn nest aan wie verloren loopt. Hij is gastvrij voor andere dieren, hij leent zijn nest vaak uit.  

Ons nest is klein en kwetsbaar. Tien vierkante meter ongeveer geeft ons de volgende week ruimte om dicht bij elkaar te zijn. Als het regent kruipen we dicht bij elkaar. Het kleinste streepje zon lokt ons naar buiten. Een schaal met hout vuurt warmte aan. Nodige warmte, deelbare warmte voor wie het nodig heeft.

We lezen ‘Kikker en het vogeltje’ van Max Velthuis. De dieren zoeken een rustplaats voor het vogeltje. ‘Wat is er met het vogeltje? Is die echt kapot?’ vraagt Sam. Cas fronst even zijn gouden wenkbrauwen en wrijft over zijn sproetenneus: ‘ Die is niet kapot hoor Sam, die is dood.’ Maar dat is niet zo erg want Vake is ook dood en als hij verjaart dan vieren we feest in ons hart, toch?’.

Sam anticipeert door over iets anders te beginnen. Namelijk dat ze zo meteen weer naar de speeltuin gaan. Want ze hebben nieuwe vrienden gemaakt op de camping. Vooral Sam maakt vrienden en Cas volgt. Sam bedenkt het spel van stenen en heksen, van het paard waar je van valt, van de dokter die je dan moet roepen. Van de weg die je moet gaan: ‘ik ga zo over die weg éh Cas, maar jij weet dat nog niet. Dus… je moet seffens zeggen dat ik zo moet gaan’. ‘Ok’, zegt Cas maar jij bent dan de boze patotter en ik de boze broer?’ ‘Ja maar Cas… we moeten eerst nog komen van het weggetje en ik was nog in mijn holletje. En ik moet nog wenen. Dat is toch ook leuk?’. En Cas volgt.  Sam zet een kleine hysterische combinatie neer van Cruella De Ville en Annemie Struif als ze haar zin niet krijgt. Ze krijst decibels hoog en gooit zich hulpbehoevend op de grond.  Als ik me dan boos maak zegt Cas: ‘Niet boos worden mama, ze zit in haar unicorn-fase.’

Je moeke glimlacht, blijft rustig bij het hele tafereel. Je moeke is helemaal anders in de wereld van kamperen, van leven met de natuur. Met de stand van de zon en de maan is ze helemaal wie ze wenst te zijn. Wij zijn een team, je moeke en ik. Ook nu, tussen vrieskou en glimpjes zon, tussen schijn van het vuur en de maan. Het ruisen van de rivier klinkt zachter als je vertrouwen hebt.

Zo… op weg naar Pasen.  In het busje mijn gezin. Buiten het busje, de natuur. Meer moet dat niet zijn.  En ik…ik balanceer op de touwen van weemoed en warmte.

Met het hoofd in de hemel en met de voeten op de grond”

Ik duvver niet  09 december – 2022

De spanning van Sinterklaas hangt nog in de lucht en tussen de gordijnen in ons huis. De man werd verwacht met een urgentie die je normaal gezien alleen ziet als iemand dringend naar het toilet moet. Jij hebt alle voorbereidselen tot in de puntjes getroffen: van tekeningen maken, tot brieven schrijven, tot snel gaan slapen, tot mij ontroeren bij elke kleine stap die je zet richting Harry Potter trein van Lego.

Sam wandelt en danst haar ondeugende stappen, flirtend tussen echt braaf en georkestreerd in de pas lopen. Haar ogen nog ondeugender dan haar tred. Toen ik haar vroeg of ze Sinterklaas op school een handje had gegeven, gaf ze eerlijk toe: ‘Ik duvver niet en de roetpiet duvverde ik ook niet.’

Jij bent nu een eerste-leerjaar-man. Je geniet van alles wat er te leren valt. Je duikt in de letters en cijfers alsof het je natuurlijke biotoop is. Je kijkt op naar je juf. Wat zij zegt, klopt altijd. Jouw hart klopt voor je Grasmus school. ‘Ik heb een leuke school, mama’. Je leest boekjes voor aan Sam. Je goochelt met cijfers. Je stelt je duizend vragen.

Jij en Sam filosoferen.

Sam: ‘Let op Cas, uw servet gaat in de wereld vliegen’

Cas: ‘We zijn toch in de wereld’

Sam: ‘Neen, de wereld is in de wolken’

Je moeke en ik luisteren met heimwee naar de tijd die jullie nemen voor gesprek. Als wij dat proberen laaft de tijd zich aan jullie.

Jullie vatten het leven soms eenvoudig samen.

‘Ik voel dat ik een aardbeiendrankje moet drinken. Mijn nieren zeggen dat.’

‘Een klavertje nul, bestaat dat ook?’

‘Waarom ben ik hier?’ ‘Uit liefde, denk ik’

Toen we onlangs samen in de Colruyt waren, vroeg je: ‘Mama, waarom heet dat eigenlijk Colruyt?’ ‘Omdat meneer Colruyt met die winkel begonnen is, Casje. Hij heeft daar zijn naam aan gegeven, zei ik’. ‘Ah, zei je. Ik dacht al. Want het had toch ook Colvierkant of Colcilinder of Colrechthoek kunnen zijn?’

Je vraagt je ook af wat uitlachen betekent. Als ik het je zo goed en zo kwaad mogelijk probeer uit te leggen, zeg je: ‘ik dacht het wel. Want als ik op school met iets grappigs lach van mijn vrienden, dan is dat toch niet uitlachen éh mama?. ‘Neen, Casje dat is het niet.’

Op school leerde je over mensen die blind zijn. ‘En als ze niet kunnen spreken, dan noemen we dat stom, éh mama?’ ‘Ja, dat klopt Casje.’ ‘Maar jij zegt toch altijd dat ik nooit tegen Sam mag zeggen dat ze stom is.’

Ik probeer je uit te leggen dat het woord stom twee betekenissen kan hebben. ‘Maar mama, als ik dan tegen Sam zeg dat ze stom is. Hoe weten jullie dan welke betekenis ik bedoel?’

Ondertussen organiseert Sam haar eigen afscheidstournee van haar zeven tutten. Van de tuttenboom naar de tuttenfee met verlengde voorstellingen op Sinterklaasdag. Toch liggen er nog altijd zeven tutten in haar bed.

Sam plukt de dag met snuffels in de hand en tutten in de mond. Ze wil wel maar ze duvvert nog niet.

Je moeke en ik spelen het spel mee. Van grenzen die niet scherp zijn, van onzekerheid in jullie eetgedrag, van verwondering en stilte, van trots en liefde.

En ik? Ik lees de wereld. Ik kruip soms in een boek.

Ik zou zo hard willen schudden aan de boom van onrechtvaardigheid op de wereld. Van armoede die groter wordt, van oorlog en kou, van extreem rechtse figuren die geesten ziek maken, van onrustige tijden en kille woorden.

Ik wil wel maar ik duvver nog niet.

Niets bestaat, wat niet iets anders aanraakt – 25 mei 2022

Schoolfeest in de Grasmus. Jij en Sam moeten iets rood aandoen. In de kleur van de liefde fietsen jullie als kleine wielerterroristen richting school. Vastberaden, een doel voor ogen. Het werkt, een doel voor ogen als je kiezen moeilijk vindt en eeuwig twijfelt. Als ik jullie zo eigengereid zie fietsen ben ik blij dat nurture het soms wint van het genetisch materiaal.
Je sleurt Sam overal naartoe. Van het podium richting ijsjes en donuts naar jullie oude vertrouwde plek, het speelpleintje van de crèche. Roots opzoeken heet dat dan. Ik zie je cool bewegen op het podium, je focus op de juf, je lijfje ritmisch, je blik ernstig en trots. Sam danst alsof het podium haar natuurlijke biotoop is. Nurture again.
Gisteren kwam je erg enthousiast thuis van school: ‘Mama, het was heel leuk op school. We hadden geniale repetitie!’
Sam stelt me de ene vraag na de andere. ‘Mama, als je kakka in je broek hebt, wat is dat dan?’. ‘Ja, dat is kakka éh Sam’. ‘Neen, dat is diarree.’ ‘En als je drinkt, waarom heb je dan geluidjes in je oor?’. ‘Weet ik niet Sam’. Ze vraagt, bevraagt. Ze neemt de leiding als jullie mama en papa spelen en ze haalt twintig kleedjes uit de kast. Niets haalt het op het kleedje van meter Gitta. Alleen dat kleedje heeft een rokje dat draait. Sam behaagt en laaft zich aan het leven. Ze heeft haar hart verloren aan juf Fenne. En ze versiert je waar je bij staat. Nurture again.
Jij verdiept je ondertussen in een wetenschappelijk werk. ‘Junior Kijk en weet boek over het lichaam.’ Je kreeg het te leen van Lieverheyden. Elke avond lezen je moeke en ik voor. Over de hersenen, de spieren, het bloed, de smaakpapillen,… Je zuigt de weetjes op als een spons. Kleine wetenschapper. Kleine zoeker. Nature it is.
Ik lees de krant en het verblijdt me niet. Ik lees Marieke Lucas Rijneveld als schoonheid en in troost. ‘Wellicht is alles, wat er aan verschrikking leeft, in diepste wezen wel niets anders, dan iets dat onze liefde nodig heeft.’
Vandaag, 25 mei, negen jaar geleden trouwden je Moeke en ik. Op een zonnige dag die eindigde in een stortbui om drie uur ’s nachts. Zoveel vrienden en familie in tentjes hier en daar op een wei in Bierbeek bij tante Jo en Staf. Het leek wel een festival.
Het kleine festival van Liefde. Van trouwen met één Vanhumbeeck naar leven delen met twee Vanhumbeeckjes. Ik zou het zo weer overdoen.
Want ‘niets bestaat, wat niet iets anders aanraakt’.
 (Jeroen Brouwer, Bezonken rood, 1981)

Het is de schuld van de hulk  – november – december 2021

Alles in ons huis ademt spanning uit in deze periode. We hebben daar zo elk onze eigen redenen voor. En soms ook samen. Zelfs de muren van ons huis, die al een paar jaar een staande, niet opvallende omarming vormden, zuchten nu in de wetenschap van verbouwing.

Dat het vooral liefde mag zijn in 2022. Dat zeggen wij!
Onze herfstvakantie was bijzonder. Je moeke behoorlijk covid-ziek en in isolatie op onze slaapkamer. Wij, als drie musketiers beneden in quarantaine. Ik heb me in kleine- en middelgrote bochten bewogen om jullie dat uit te leggen, dat je niet naar moeke mocht gaan. Toen ik je van school ging halen omdat je Moeke positief testte, zag ik een vleugje verdriet in je oogjes. Ik stelde je meteen gerust dat alles wel ok was met Moeke maar het was iets anders. Ik moest de mama van Léan, je beste vriend een berichtje sturen. ‘Ik heb tegen Léan gezegd tot morgen en ik ga er niet meer zijn morgen’. Ondertussen vroeg ik aan Sam: ‘Hoe was het op school?’. Ze antwoordde een beetje nors: ‘Niet joet’. ‘En wat heb je dan gedaan? Nog norser: ‘Niets’. Welke juf was er vandaag? Eindelijk kreeg ik een antwoord met een kleine glimlach: ’Juf Athalie en de Krulletjes’.
Op weg naar huis in de bakfiets vroeg je me: ‘Mama, besta ik of ben ik?’ Een restje Descartes in mijn hoofd vond zijn weg naar: ‘Volgens mij besta je, Casje. En je denkt en je praat, dus je bent ook.’ Ik fietste verder wetend dat er nog veel van die vragen zouden komen in de volgende week. Je was een hele tijd stil in de fietskar terwijl Sam een opsomming declameerde van alles wat ze onderweg zag: ‘licht, poesj, huisje van Micha en Akin, kindje, woef, vuilnisbak,…
Toen je in onze tuin uit de kar stapte zei je: ‘Ok, ik begrijp het mama. Ik denk dat ik besta, maar daarom niet ben.’
De kerstvakantie draagt nog meer bijzonderheden met zich mee. Ze duurt ongeveer een maand. School vroeger dicht. Juffen reppen zich in een hels tempo door kerstbomen versieren, nieuwjaarsbrieven schrijven, jullie blijvend en waakzaam door het groeien halen, ouders een goed gevoel geven, troosten en zelfs online les geven. Je vond het heerlijk. Elke dag zat je stipt om 10 uur voor de computer in pure adoratie voor alles wat je juf zei en deed. In je hart sprong vreugde vooruit met rasse schreden want je kon je vrienden weer zien. Je zong, je telde, je knutselde een kerstboompje, allemaal online. Meneer Jambon zou beter terug met de vijfjarigen les volgen, die zouden hem nogal eens een lesje kunnen leren over pedagogische impact.
We hadden zo ook onze conflicten deze vakantie. Sam en jij spelen wonderlijk mooi samen. Sam en jij. Jij de baas van het huis, Sam de baas van de living. Je moeke en ik verliezen vaak de strijd. ’s Morgens weten we het al. Het wordt een dagje van één tegen allen. Het hele huis ontploft, alles wordt uit de kasten gehaald, stemmetjes als lichtflitsen suizen in mijn oren. ‘We zijn in een coole wereld nu mama.’
Ik verlies mijn geduld, ik roep. Ik ‘gooi’ (volgens Sam die achteraf rapporteert aan je moeke) jullie op de zetel. Ik ween en zonder me af in de keuken. Ik hoor Sam trippelen op muizenvoeten om te checken hoe het met me is. Eenmaal terug bij jou bootst ze als de beste dramaqueen mijn gehuil na.
Achteraf heb ik even een gesprekje met jullie beiden. Om te vertellen hoe het komt dat ik wat over mijn toeren was. Om sorry te zeggen want ik mocht niet zo roepen. Sam kwam dicht bij mij zitten. Jij troostte me :‘Het is niet erg mama, ik begrijp het wel. Je hersenen waren eventjes ergens anders.’
Jouw hersenen draaien op volle toeren. Je snapt niet waarom je geen Lego kreeg van de Sint van 16+. Hoewel je dolblij was met de volgende set Harry Potter blijft het toch een vraagstuk. Want volgens jou: ‘Als ik al iets kan maken van 7+ en iets van 9+, dan moet dat Zweinsteinkasteel van 16+ ook lukken, toch mama?’. Ik vertel ’s avonds aan tafel dit verhaal aan je moeke. Ik vond het wel slim. ‘Moeke, mijn hersenen zitten al precies in het vijfde leerjaar, niet?’. Als je moeke vraagt om nog eens te proberen om te leren fietsen of zwemmen volgen de vijfde-leerjaar-hersenen niet.
Op een avond, toen je het zoveelste filmpje van lego-bouwen keek, vroeg je opeens: ‘Mama, waarom heb ik geen papa? Kon ik dat eigenlijk kiezen?’. ‘Neen, Casje, dat kon je niet kiezen. Moeke en ik wilden jou heel graag in ons leven en daar was geen papa bij. Zou je liever een papa gehad hebben dan?’. ‘Neen hoor, het is goed zo. Maar ik word later sowieso een papa, toch?’
‘In een onbewaakt ogenblik iets bespieden. Ge-luk. En dat niet meer vergeten.’ (Bernard Dewulf, kleine dagen, 2009). Meneer Dewulf zal ik vanaf nu herlezen en in het andere elders weten schrijven, zeker weten. (30 jan 1960 – 23 dec 2021)
Sam maakt werk van haar eigen willetje. Ondertussen praat ze alsof ze de spraaktijd van haar leven moet inhalen. Ze test uit, tast grenzen af. Op school staat ze graag in het middelpunt van belangstelling: ze raapt nog snel een blaadje op van de grond op de speelplaats om maar te kunnen vertellen in de kring. Ze speelt lego, terwijl ze met duplo moet spelen. Ze kijkt nu eindelijk even terug naar baby tv, na sessies Aventures en andere onzin waar ze niet klaar voor is. Ze vloekt: ‘What the heck’. En als ze een blokje omstoot van haar toren, roept ze, weliswaar ingetogen: ‘Oh my Gosh’. Jij giechelt als je haar zo bezig ziet en je vindt haar schattig. Je moeke en ik proberen te begrijpen. Vooral in mildheid.
Die mildheid omringt ons. We blijven een team, je moeke en ik. We doen dit samen. Herfstvakantie in quarantaine, kerstvakantie alsof het een halve zomer is. Sinterklaas terug naar Spanje, kerstboom en kribbe op verhaal laten komen in ons huis. Met een drie-en vijfjarige naar de Ikea zonder ruzie. Ikeakasten in elkaar, zonder ergernis. Om vijf uur een glas met bubbels, om negen uur in slaap in de zetel, in het midden van de nacht wisselen van bed want jij bent bang. Af en toe kijken we naar elkaar, weinig woorden. Een enkele blik die zegt hoezeer we elkaar soms missen.
Maar het komt goed. Hoewel de vierde of de vijfde corona golf zich weer aandient, wij houden het voorlopig nog vol op de warme golf van liefde.

DAT HET VOORAL LIEFDE MAG ZIJN IN 2022

EN OOK NOG VREUGDE DIE UIT EEN KLEINE HOEK KOMT

OF VRIENDSCHAP DIE ONDANKS EEUWENOUD, ONTZETTEND JONG LIJKT

RUST IN HET HOOFD EN LEDEN

PASSIE IN HET HART

OUDERWETS MEDEDOGEN, DAT HET MAG LEVEN ONDER JE NAASTEN

EN VOORAL VREDE ZOALS HET DE MENSEN VAN GOEDE WIL PAST

En bovendien: ’t is de schuld van de hulk want die heeft vleermuis gegeten’, zegt Cas.

Appelle Pé, ‘tSjompé – zomer 2021

Alsof de school je (t)huis is, zo kijk je op de laatste dag van het schooljaar.
Trots als een pauw omdat je toch durfde te blijven overnachten in je school. In de nasleep van dat trotsdom zie ik je twijfelen om juf Sabrina te gaan knuffelen. Je knuffelt niet zo graag. De juf kent je goed ondertussen en reikt een stoere high five uit. Ze is je heldin die volgens jou de wereld van dino’s, stoere piraten en het eindeloze heelal véél beter kent dan wij. Ze is ook mijn heldin toen ze koelbloedig en met veel verantwoordelijkheid me hielp je ogen te spoelen na een gel-incidentje. Corona-cool, ook weer iets dat juffen en meesters dienen te ontwikkelen. Helden zijn het voor mij, in deze tijden nog eens te meer.
Sam laat het hele gebeuren zijn voor wat het is en zet haar crèche-verhaal nog even verder. Hoewel ik stilaan in haar een kleine – met twee voeten op de grond- filosoof ontwaar. In een gesprek met je moeke over wie er een lichtkind is en wie niet, gaf je aan dat jij liever binnen speelt in de living, in het donker. ‘Ik ben een binnenkind’, zei je. Je moeke was duidelijk een buitenkind, een kind van het licht. Moeke vroeg: ‘Sam, wie ben jij? Ben jij een binnen- of een buitenkind?
‘Ik ben gewoon Sam’ zei je zusje heel overtuigend.
Een andere kleine filosoof, mijn goede vriend pater Jan ging geheel zoals hij het zelf wou, in zijn kleine, warme huis in Vissenaken geleid door Gods’ hand naar de andere kant van het leven. Ik mocht de laatste weken rustig naast hem waken, kijken en aanraken. ‘Waken is mee de weg maken in de richting van het licht’ kreeg ik vertroostend mee. Dat is ook zo.
Onderweg naar ons vakantiehuisje in Flobecq: ‘Mama, weet je, er is altijd een mama of papa over.. ‘Wat bedoel je Cas?’  ‘Als jij sterft dan word ik papa en dan heb ik kindjes en als ik sterf dan hebben mijn kindjes weer kindjes’. Zo blijft er altijd iemand over, toch?’
Ondertussen speelt Sam een spelletjes.
Ze roept: ‘Mama!!!’ Ik: ‘Ja Sam wat is er?’. Zij: ‘Niks’. ‘Mama, ik ga pipi op de grond doen.’ Ik: ‘Sam, néééén!!!’ Sam: ‘Asof èh’.
Eenmaal in ons vakantiehuisje. Sam zit aan de kop van de tafel en iedereen moet haar gezien en/of gehoord hebben. Moeketje, Metertje, iedereen draait ze rond haar vinger. ‘Sammetje vleesje niet lekker. Sammetje slapen niet’. Met haar kleine vinger in de lucht dreigt ze: ‘Potjandorie mama’.
Jij, Mona en Sam scanderen fanfare-gewijs door tuin en huis: ‘Appelle Pé, ‘tSjompé en lachen tuitende tranen met kuilen in de wangen. Niemand weet wat het betekent.
Ik onderbreek de vakantie om mijn vriend Pater Jan te begraven. Ik krijg een foto toegestuurd. Jullie zitten omringd met de liefde van de tantekes en de groene hoop van de tuin mee te kijken naar de viering. ‘Coronaverbinding’, zou dat geen woord van het jaar kunnen worden.
Ik laaf me aan de troost die vrienden bieden. Gemoedelijke gezelligheid, ieder doet zijn ding, iedereen laat me mezelf zijn met mijn verdriet, iedereen helpt mijn ziel zalven: koken, wijntje, hulp bij bestanden op pc, uitgekiende zoektocht naar de Lego, verstopte schatten in de tuin, knuffel, kus en knipoog. Weinig woorden, daden veel. De zin van het leven zijn al die souvenirs die da we delen. We begrijpen mekaar. (Tourist LeMC)
Ons land loopt onder water, delen van de wereld staan in vuur, de aarde beeft en de luchten kraken. In Afghanistan zit een mama met twee dochters van vier en twee gevangen in terreur, ze gingen even, na zes jaar hun familie bezoeken. Ik zie jou voor je gaat slapen je nieuwe Harry Potter Lego terug in de doos steken en hoor je zacht zeggen: ‘Hier ben je veilig.’
Ik lees in de ‘Ode aan de verwondering’ van Caroline Pauwels, Rainer Maria Rilke (1875-1926) die schreef: ‘Ons hoofd is rond opdat het denken van richting wisselen kan.’
Ik krijg die Appelle Pé, ‘tSjompé maar niet uit mijn hoofd.

Apefiefje – 23 juni 2021

Als we ’s avonds zoals in de afgelopen avonden de warmte van de dag omarmen, roep ik weleens: ‘wie wil er een aperitiefje?’ Je moeke kijkt me dan schalks aan met een donkerblauwte in haar vermoeden dat ik het leven weer heerlijk vind.

Sam roept terug: ‘Ja, apefiefje’ en jij zoekt al het juiste kommetje om te vullen met chips. Geel voor Sam, oranje voor jou. Oranje is je lievelingskleur nu.

Soms vul ik je zinnen aan met: ‘ik word helemaal oranje van je’ met een verliefde zucht in mijn stem. En dan kijk je heel ontwapenend mijn richting uit.

Jij bewapent tegenwoordig ons leven met Lego Aventures. Captain Marvel, de Ironman en de Hulk vliegen met een kleine maar berekende kracht door ons huis.  

‘Ik ben Thor. Wie ben jij mama?’ ‘Ik ben captain Marvel. En jij?’

Ondertussen lees ik kritieken op de Hongaarse premier Viktor Orbán vanwege een nieuwe en omstreden wet tegen het promoten van homoseksualiteit. Deze wet verbiedt het tonen van homo’s of transgenders in reclames en homoseksuele personages in films, series en boeken.

Cum laude, Von der Leyen in je woorden ‘het is een schande’. Ik wacht op daden.

En wie ben jij, mama?

Ik ben ‘Lady Mezelf’ die met pijn in het hart moet vaststellen dat om een of andere reden mensen nog altijd niet gewoon kunnen samenleven. Die zich afvraagt waarom het zo moeilijk is om samen te kijken naar schoonheid en samen te voelen wat troost is. Diep in ieders hart, waar ook ter wereld, willen we gewoon in vrede kunnen samenleven. Ik wou dat Hannah Arendt in Lego bestond. Nog te veel mannen in dat spel.

Ik ben Hannah Arendt.

‘En wie is jouw lievelings?’, vroeg je aan Sam. Sam keek kort kleinschalig naar haar duplospel en zei: ‘Onenantje’. Jij speelde onverstoorbaar verder in je Legowereld en gaf haar mee dat je het begreep want jouw lievelings is de siberische tijger.

Ik las vanavond een verhaal van Brammert en Tissie voor en de rust in mijn hoofd dwarrelde als kleine veertjes in een vertraagd kussengevecht neer. Voor even…

Na het verhaal vroeg je: ‘Waarom leef je eigenlijk? Door je hart of door het leven? Of door je skelet?

Ik wou hier even over nadenken. Maar nog voor ik kon antwoorden, zei je: ‘ kijk, mama, ik spring als een kikker’.

En Sam stond klaar met haar geel kommetje, zijdelings gunde ze je een blik en vroeg met smekende oogjes:

‘Apefiefje?’

Sam spreekt – 01 maart 2021

Een maandenlange stilte is meditatief en wijs. Sam voegde vooral daden bij het woord en al de rest gebeurde in contemplatie. Dit wil zeggen: ‘Sam probeerde zich ontvankelijk op te stellen en te verblijven bij het voorwerp waar ze naar keek of aanwees.’
Ondertussen mondden al die beschouwingen uit in complexe taal.
‘No’ is nog. ‘Mij kan’ betekent dat ze er zelf voor wil gaan. En ‘mij kan nie’ wil zeggen dat ze een hulpvraag stelt. ‘Plattetje’ staat voor alles wat plakt en wat ze vooral ergens af wil trekken. Af en toe versmelten woorden tot zinnen. Staccato spreekt ze losse woordjes. De lengte van de woorden worden korter en er is een korte hoorbare stilte tussen elke twee woorden. ‘Ik…pelen…Cas…motuk’. (Ik wil spelen met Cas en zijn monstertrucks). Of ‘Woef…Bina…niet’. Sam haar repliek toen jij vandaag vertelde dat juf Sabrina een hondje mee had op school. Sam gaf aan dat haar kinderverzorgster Sabrina dat echt niet bij had.
Je moeke en ik, dankbare, stille getuigen van deze prille conversaties die er toe doen.
Tegelijk groei jij ook in wijsheid. Je deelde me vandaag mee dat: ‘een augurk zacht is van binnen en knapperig van buiten’. Ik bevestigde deze stelling. Het werd even stil, ik zag je denken. ‘Wat is dat eigenlijk mama, een augurk?’
Toen je na veel proberen om toch maar niet te moeten gaan liggen in je bed aangaf dat je nog moest plassen, mocht je van mij weer naar beneden met de dreigende zin: ‘Owee, als je niet moet eh Cas’. Op je potje, duidelijk geen nood aan een plasje keek je onschuldig in mijn richting en vroeg je: ‘Mama, wat is eigenlijk Owee?’
Naast woorden leven we hier ook een ritme van rituelen. In je bedje hanteren we steevast het ritueel van Knuffel-Kus-Kruisje-Vorm. De laatste tijd wil je een knuffel kiezen. We zoeken vijf dingen uit het verhaal dat we gelezen hebben, tellen dan af naar 1 en die knuffel wordt het dan.
Je moeke vraagt me later opnieuw of die rituelen niet wat korter kunnen. Bovendien, en dat heb je zelf al aangeven, de vormen zijn op.
Voor de lezers, stel dat je het verhaal leest van roodkapje dan kies je wolf, grootmoeder, roodkapje, jager en koekjes. Je schakelt telkens een figuur uit totdat je eindigt bij bijvoorbeeld roodkapje. Dan beeld je samen heel dramatisch roodkapje uit, dan val je op het bed en rol je nog over en weer en dan knuffel je. Zo simpel kan het zijn. Daarna kus, daarna kruisje met de woorden: ‘God zegen u’ en daarna is er nog vorm. Dat wil zeggen dat je samen met je kind een vorm kiest en die kus je dan op het voorhoofd.
Jij wil liefst geen punt als vorm want dat is het te rap gedaan. Vanavond zei je knuffel en vorm tegelijk en zo ontstond het zalige woord ‘knorm’. En wij maar lachen samen op bed. Ik ga mee in dit alles.
‘Alles in de wereld zijn toch vormen éh moeke’, had je blijkbaar gezegd nadat je moeke aangaf dat het stilaan tijd werd om te gaan slapen.
En Sam spreekt. Toen ik haar vroeg: ‘Ga je mee slapen Sammetje?’.
Zei ze: ‘Mama niet, Moeke’