
We leven alweer een paar maanden een quarantaine bestaan. We leven precies in een oord van wachten. Ons huis blijft ondanks alles een open huis. Alleen is de passage kleiner. De grandeur blijft. Jouw tantekes hebben sinds maart een klein netwerkje opgericht. Je moeke en ik hoeven zelfs geen krimp te geven. Het netwerk is blijvend actief.
Ze koken voor ons of fixen iets lekker lokaal ‘to take a way’. Ze brengen kleine bezoekjes met een verrassing voor jou en Sam. Ze pikken jullie op met de fiets voor een speeltuin, annex pannenkoekenfestijn zodat je moeke en ik even wat ruimte hebben in ons hoofd en lijf. Ze ‘taken it a way’.
De goed heilige man Sinterklaas is ondertussen alweer naar Spanje. Je hebt zijn tocht nauwgezet op de wereldkaart gevolgd. Je was trouwe kijker van ‘dag Sinterklaasje’. Filosoferen op het ritme van Conchitta. ‘Dat het af en toe geen fout is van het meebrengen van de bloemen van de liefde’. Je vindt het heerlijk om op door te denken.
Sam kijkt op. Naar jou. Vooral naar jou. Elke nieuwe stap die ze zet, leert ze van jou. En haar oogjes blinken, guitig. Sam groeit haar eigenste weg van alles duidelijk maken en bijna niets zeggen. Haar weg van de juiste kleedjes kiezen voor pop en voor zichzelf. Haar weg van durf en daad. Haar daden van durf. Dappere Sam, troost en schoonheid is ze.
Jullie spelen zo mooi samen. Sam zet de toon met blokken of stiften. Stiften die richting muren en meubels gaan. Ik hoor je roepen: ‘ Nee, Sam.’ Te laat.
Jij roept nog na: ‘Sprake van niks’. Ik hoor je moeke die eerder zei: ‘Geen sprake van’.
Het hele huis lijkt ontploft maar bij nader inzien wordt de kerstboom gezet. Je vindt het niet zo makkelijk. Ook in de klas wordt de boom gezet. Jij wou nog zo graag spelen met de boot van de Sint. Hoe snel moet je toch schakelen. Je aarzelt of je het wel wil. Ik aarzel of ik het wel kan.
Ik voel de weging van gemis. Hoe het niet kunnen aanraken mijn lijf versteend. Hoe het niet kunnen verhalen van zijn mijn taal verarmt. Hoe elk podium onder mijn voeten verdwijnt. Geen theaterzaal vol verbinding, geen podium met muzikanten om gelukkig op te zijn, geen aula met studenten in een krachtig potentieel, geen energie in de batterij maar wel …
… La petite bonté (de kleine goedheid, Levinas) Elkaar een klein plezier doen, is de essentie van het leven. Dat is geluk.
En over dat oord van wachten nog even dit…
‘Een van de meest wezenlijke dingen van het bestaan is wachten. Zonder verwachting kunnen wachten.’ (Heidegger)
(met dank aan Dirk de Wachter voor de inspiratie voor deze blog)


juni mocht je weer naar school. Elke ochtend vertrok je met eerlijk enthousiasme. Sam naast jou in de bakfiets. Je begeleidde haar met de fierheid van een jonge pauw richting crèche. Aan je eigen schoolpoort werd je weer klein en kwetsbaar. Met Apie en Woef, je kompanen van de ronde tafel, ridderlijk in je armen, liep je aarzelend in de armen van juf Nathalie. ’s Avonds liet je haar weer los met de bevrijdende mededeling dat het heel leuk was. Deze rituele dans van fierheid over kwetsbaarheid naar verwondering dat het toch nog leuk was bleek je houvast te zijn. Op de laatste schooldag wuifden de juffen jullie uit aan de poort vergezeld van een vrolijk liedje om het afscheid te verzachten. Juf Nathalie op haar hurken om elke kleuter die het wou nog te kunnen knuffelen. Haar glimlach vol liefde verborgen achter een elegant mondmasker, haar tranen zichtbaar. Helden zijn ze geweest, die juffen. Je moeke en ik moesten wachten van jou tot het liedje gedaan was. Je wou nog één keer naar juf Nathalie, nog één knuffel. Wat later aan de fiets barstte je in tranen uit.
Dag 75 in corona-tijden en de dwaasheden stapelen zich op. Ik zit wat verveeld met onze minister van onderwijs die veel te enthousiast voor zijn beurt spreekt. Ik sta wat verbaasd te kijken naar een karrevracht ministers in ons land die niet meer lijken te weten wat hun bevoegdheid is. Ik put wat kracht bij mevrouw Wilmès die zich niet verliest in egotripperij. Leiderschap dat start met excuses, we zien het niet vaak. Wat een verademing in het ge-emmer. ‘Cultuur troost en kalmeert’, zegt ze ook nog.

Je hebt deze kerstvakantie zeker al 1000 keer mama geroepen. Waarschijnlijk heb ik 500 keer iets geantwoord. En 250 keer was het een oprecht antwoord.
Avonden vallen donkerdergekleurd ons huis binnen. Buiten ontmoet ik mevrouw egel op een bolletje gerold in onze tuin. Ik ben blij met deze unieke en zeldzame bewoner van ons huis. Ze sterven uit, de egels.