La petite bonté – een liefdevol netwerk 21/12/2020

We leven alweer een paar maanden een quarantaine bestaan. We leven precies in een oord van wachten. Ons huis blijft ondanks alles een open huis. Alleen is de passage kleiner. De grandeur blijft. Jouw tantekes hebben sinds maart een klein netwerkje opgericht. Je moeke en ik hoeven zelfs geen krimp te geven. Het netwerk is blijvend actief.

Ze koken voor ons of fixen iets lekker lokaal ‘to take a way’. Ze brengen kleine bezoekjes met een verrassing voor jou en Sam. Ze pikken jullie op met de fiets voor een speeltuin, annex pannenkoekenfestijn zodat je moeke en ik even wat ruimte hebben in ons hoofd en lijf. Ze ‘taken it a way’.

De goed heilige man Sinterklaas is ondertussen alweer naar Spanje. Je hebt zijn tocht nauwgezet op de wereldkaart gevolgd. Je was trouwe kijker van ‘dag Sinterklaasje’. Filosoferen op het ritme van Conchitta. ‘Dat het af en toe geen fout is van het meebrengen van de bloemen van de liefde’. Je vindt het heerlijk om op door te denken.

Sam kijkt op. Naar jou. Vooral naar jou. Elke nieuwe stap die ze zet, leert ze van jou. En haar oogjes blinken, guitig. Sam groeit haar eigenste weg van alles duidelijk maken en bijna niets zeggen. Haar weg van de juiste kleedjes kiezen voor pop en voor zichzelf. Haar weg van durf en daad. Haar daden van durf. Dappere Sam, troost en schoonheid is ze.

Jullie spelen zo mooi samen. Sam zet de toon met blokken of stiften. Stiften die richting muren en meubels gaan. Ik hoor je roepen: ‘ Nee, Sam.’ Te laat.

Jij roept nog na: ‘Sprake van niks’. Ik hoor je moeke die eerder zei: ‘Geen sprake van’.

Het hele huis lijkt ontploft maar bij nader inzien wordt de kerstboom gezet. Je vindt het niet zo makkelijk. Ook in de klas wordt de boom gezet. Jij wou nog zo graag spelen met de boot van de Sint. Hoe snel moet je toch schakelen. Je aarzelt of je het wel wil. Ik aarzel of ik het wel kan.

Ik voel de weging van gemis. Hoe het niet kunnen aanraken mijn lijf versteend. Hoe het niet kunnen verhalen van zijn mijn taal verarmt. Hoe elk podium onder mijn voeten verdwijnt. Geen theaterzaal vol verbinding, geen podium met muzikanten om gelukkig op te zijn, geen aula met studenten in een krachtig potentieel, geen energie in de batterij maar wel …

La petite bonté (de kleine  goedheid, Levinas) Elkaar een klein plezier doen, is de essentie van het leven. Dat is geluk.

En over dat oord van wachten nog even dit…

‘Een van de meest wezenlijke dingen van het bestaan is wachten. Zonder verwachting kunnen wachten.’ (Heidegger)

(met dank aan Dirk de Wachter voor de inspiratie voor deze blog)

De Cassamkaravaan 07/11/2020

Een Arabisch gezegde luidt: ‘De honden kunnen blaffen maar de karavaan trekt verder.’
Cas

Je rent door het huis gewapend met een wc-rolletje op je oog. En leert me hoe de piraat het land nog steeds in zicht heeft.

Joe Biden biedt hoop als gematigd man met verbinding op zijn agenda. Trump blaft en bijt en golft zich doorheen het mulle zand.

Jij knipt en plakt het speelgoed op een wit vel papier. Ik verbind er, naar oeroude gewoonte, braaf en flink zijn aan vast.

De buurvrouw zegt hallo in de tuin en oogt vermoeid. Het werk in het ziekenhuis is zwaar, voor het eerst merkbaar in haar gelaat.

Jij bezweert de hoestbeestjes met Chase en Marshall. De hele boetiek van de Paw Petrollers gaan vooruit in de strijd.

We lezen een boek waarin haas zoekt naar de mooiste plek van de wereld. Als ik je vraag waar jij denkt dat dat is.

Zeg je: ‘thuis’.

Sam

Je zet de paar woorden die je spreekt in wanneer nodig. En leert me dat er in de stilte van het spreken de essentie zit.

Je moeke en ik kruipen door de gaten en spleten van lockdownland. Op onszelf aangewezen om de andere te blijven zien.

Jij volgt je grote broer alsof alleen hij de weg kent naar spanning en spel. Cas neemt je zorgzaam mee op zijn tochten van kampen en bossen.

De wereld draait om zijn as van afstand en afgrond. De mensheid vindt zichzelf opnieuw uit met applaus en respect.

Jij puzzelt je een weg door je kleine leven. De hele boemba-santekraam moet eraan geloven.

Je leest met je moeke een boek over dieren. Fladderend en grommend krijg je grip op de wereld.

En als je moeke zegt: ‘Nu gaan we slapen Sam.’

Zeg je: ‘Nee, nee’

Keere weerom, Reuske, Reuske 30/09/2020

Vanmorgen in bed keek je gefascineerd onder mijn oksel. ‘Wat zijn die haartjes daar, mama?’. ‘Dat zijn okselhaartjes, Cas. Jij krijgt die ook als je groot wordt.’ Je antwoordde met je eeuwige Peter Pan blik: ‘Ik wil klein blijven, mama. Dat weet je toch.’

Een reus zal je nooit worden, dat vermoed ik. Waarschijnlijk in je menslievende daden wel. En toch, iedereen kent wel een reus: Atlas, die de wereld op zijn schouders droeg of David die Goliath klein kreeg. De GVR of Hagrid, de halfreus en beste vriend van Harry Potter.

De laatste maanden is er een jonge man die me niet meer loslaat. Sanda Dia, 20 jaar, student burgerlijk ingenieur die lid wou worden van de studentenclub Reuzegom. Hij moest daarvoor deelnemen aan een extreem doopritueel dat twee dagen duurde. Het werd uiteindelijk zijn dood. Hij zou zo krachtig, waarachtig en verfijnd in het leven hebben gestaan maar zijn tegenstrevers waren reus, lomp, wreed en onbehouwen. Zij wierpen bergen op en verlegden rivierbeddingen en eindigen nu samen in het slijk. Het maakt me blijvend kwaad.

Rituelen die een overgang ondersteunen zouden zacht, zout en zilt mogen zijn omdat ze veiligheid verschaffen voor het nieuwe en ongekende waarin je thuis mag komen. Zoals Juf Sabrina die je opwacht bij de schoolpoort op 1 september, je bij de hand neemt en zegt: ‘Kom Casje, juf Nathalie staat op de speelplaats.’ Omdat ze weet dat je dat nodig hebt. Zoals jij Sam helpt bij elke K-klank die ze uitspreekt, tolkend via koe, kous of kaka leer je haar om grip op de wereld te krijgen. Of zoals Sam het woord ‘toeta’ gebruikt voor alles wat beweegt: fiets, auto, step en buggy omdat ze zo een rituele overgang maakt naar het sprekende zijn.

Bij juf Sabrina is er veiligheid omdat je de rituelen kent: het kindje van de dag, de weermuis, het liedje bij het opruimen. En tegelijk daagt ze je ook uit naar het nieuwe. Er is een draaistoel voor het kindje van de dag en toch mag je zitten waar je wil. ‘Ik mag mijn eigen dingetje doen, mama.’

Sam experimenteert bij wijze van ritueel met het potje. Van fase 1 met pamper op het potje gaan zitten, over fase 2 zonder pamper een kaka doen waar ze van schrikt naar fase 3 waarin ze pot en pipi en al door het huis zwiert. Overgangsrituelen met pipi en kaka zijn schattig als het tot de wereld van de kinderen mag behoren. Al de andere zijn lomp, wreed en onbehouwen.

‘Cas, hoe was je dagje op school?’ vraag ik zo vaak. ‘Leuk’, zeg jij zo vaak.

‘Sanda, hoe was jouw dagje?’ … Ik kan me alleen maar schamen.  Indignez-vous![1]

Keere weerom, Reuske, Reuske

Keere weerom. Reuzegom[2].


[1] (Stéphane Hessel,2010)

[2] Vlaams reuzenlied
Tekst en melodie uit De Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France, 1856
en uit J.F. Willems, Oude Vlaamsche Liederen, 1848

De wereld repareren. 27/07/2020

Incassam en mona ridderpark juni mocht je weer naar school. Elke ochtend vertrok je met eerlijk enthousiasme. Sam naast jou in de bakfiets. Je begeleidde haar met de fierheid van een jonge pauw richting crèche. Aan je eigen schoolpoort werd je weer klein en kwetsbaar. Met Apie en Woef, je kompanen van de ronde tafel, ridderlijk in je armen, liep je aarzelend in de armen van juf Nathalie. ’s Avonds liet je haar weer los met de bevrijdende mededeling dat het heel leuk was. Deze rituele dans van fierheid over kwetsbaarheid naar verwondering dat het toch nog leuk was bleek je houvast te zijn. Op de laatste schooldag wuifden de juffen jullie uit aan de poort vergezeld van een vrolijk liedje om het afscheid te verzachten. Juf Nathalie op haar hurken om elke kleuter die het wou nog te kunnen knuffelen. Haar glimlach vol liefde verborgen achter een elegant mondmasker, haar tranen zichtbaar. Helden zijn ze geweest, die juffen. Je moeke en ik moesten wachten van jou tot het liedje gedaan was. Je wou nog één keer naar juf Nathalie, nog één knuffel. Wat later aan de fiets barstte je in tranen uit.

’s Avonds in je bed met je hoofd op Apie en met Woef in je armen zei je: ‘Mama, ik wou elke dag kort bij juf Nathalie zijn.’ Ik zei: ‘Ik weet het wel jongen maar je kon toch elke dag kort bij haar zitten’. ‘Dat ging niet mama want ik moet op de schoentjes zitten en die zijn veraf. Alleen vandaag, omdat het de laatste dag is mocht ik de hele tijd naast haar zitten. Ik mis haar nu al.’

Dirk Van Duppen schreef in ‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’ dat wij mensen de enige sociale groepsdieren zijn die niet kunnen overleven en reproduceren zonder de zorg van anderen. Wij zijn geselecteerd op vriendelijkheid, anders zaten we hier niet.

‘The survival of the friendliest’.  Ik word meer en meer een ‘believer’ van deze gedachte.

Ondertussen leven wij verder in bubbels. Het woord alleen al neigt naar science-fiction. Het is niet echt aan mij besteed. De bubbels als in Champagne of Proscecco liggen me meer. Jij en Sam groeien vol en vrij, geen weet van bubbels allerhande.

Sam breidt ondertussen haar woordenschat verder uit. Naast het welgekende ‘Ja, ja en nee,nee komt er nu ook Auw (dat is piin) en Blubeble -je zou denken dat het bubbel is maar ze bedoelt Bumba- bij. En Nuna (dat is Moedie) en kotekot (dat is kip). En Mona (dat is Mona). Ze wandelt elke ochtend met haar Nuna naar de kotekot. Onderweg hoor je haar bevestigend repliceren op elke vraag die Moedie stelt: ‘Ja, ja’.

Jij stapelt je vragen en bedenkingen op.

Jij en je vriend Léan zitten bewonderend te kijken naar je nonkel Joeri die de klapband van de auto repareert. Vooral zijn gespierde armen vormen de blikvanger. Als hij die klus op tien minuten geklaard heeft vraag je hem of hij misschien ook de wereld kan repareren.

‘Soms gaat het niet zoals je het wil éh mama’. Ik heb dat van Seb geleerd en die heeft dat van zijn mama geleerd. En ik leer het nu aan jou. Leer jij het dan ook aan moeke, dan weet die het ook’.

“Kan je bij de maan komen? Die kost zeven éh, mama?”

“Als je een warme steen in het water doet, wordt die dan terug lava?”

Ik hoor je moeke pogingen doen om op al je vragen te antwoorden. Ze volgt ook al je rituelen voor het slapengaan. Raadsels vertellen terwijl je op het potje gaat. Iedereen insmeren met citroenmelisse tegen de muggen, ook Apie en Woef. Daarna de drie K’s afwerken (kus, knuffel en kruisje). Ze doet dat vanuit de reflectie dat niet alles gaat zoals je het wil en vraagt me ’s avonds of we die ritueeltjes niet een beetje kunnen afbouwen. We leven in een zorgzame bubbel, je moeke en ik.

En ik blijf me verwonderen hoe jij de wereld verkent. Als we de Nespresso winkel in Leuven binnen stappen, sla je plots je hand voor je mond. Je maakt me duidelijk dat dat je mondmasker is. Als we naar buiten stappen, roep je me terug want ik ben vergeten ‘een gelleke’ te doen. In de bakfiets zie ik je met je handen draaien en hoor ik je zeggen dat het nu tijgerklauwen zijn. Als ik de bakfiets opendoe, draai je ze weer terug want tijgerklauwen zijn gevaarlijk. “Dat is magisch, mama.”

Jij en Mona nemen Sam mee op sleeptouw. Jullie verkennen met haar het ridderpark (lees, de kruisweg in het Mariapark in Lommel). Jullie parkeren je fiets bij het graf van je Vake, geven zijn foto een kus en roepen: ‘Kijk Sam, dat is Vake, geef hem maar een kusje.’ Sam volgt jullie, loopt, klimt, weent, staat op, zegt ‘auw’ en loopt weer verder. Mona speelt Mega Mindy, jij Mega Toby en tante Griet, duidelijk niet gediend met de regie uit handen geven, speelt immer de boef.

’s Avonds bij het slapen gaan vertel je me een geheim dat ik aan niemand mag vertellen. Je bent verliefd op tante Lies. ’s Morgens bij het ontbijt ga je verlegen bij haar staan en beken je het stilletjes zelf. Er zit een rode draad in die verliefdheden van jou: ‘blond, zacht en zorgzaam’. Ik herken dat.

The survival of the friendliest’.

De wereld valt te repareren, daar blijf ik in geloven.

‘Middepuvliekende kracht’ 02 juni 2020

met leanDag 75 in corona-tijden en de dwaasheden stapelen zich op. Ik zit wat verveeld met onze minister van onderwijs die veel te enthousiast voor zijn beurt spreekt. Ik sta wat verbaasd te kijken naar een karrevracht ministers in ons land die niet meer lijken te weten wat hun bevoegdheid is. Ik put wat kracht bij mevrouw Wilmès die zich niet verliest in egotripperij. Leiderschap dat start met excuses, we zien het niet vaak. Wat een verademing in het ge-emmer. ‘Cultuur troost en kalmeert’, zegt ze ook nog.

In de VS breken rellen uit. Aanleiding is de moord op de zwarte George Floyd door enkele blanke politieagenten in Minneapolis. Oorzaak van de woede gaat uiteraard veel dieper dan dat. In 1963 sprak Martin Luther King: “We have flown the air like birds and swum the sea like fishes, but have yet to learn the simple act of walking the earth like brothers.” Het betert er niet op helaas.

Hier thuis in onze bubbel waan ik me soms in een film van Roberto Benigni uit 1997, La vita è bella. Samen met jouw moeke ‘principessa’ leven we in een decor van een moeilijk spel. Maar gezien de hele politieke schijnwereld  zou het ook wel es een Fellini kunnen zijn.

‘Weet je wat middepuvliekende kracht is mama?’ vroeg je vanmiddag. ‘Neen’, zei ik wat verwonderd, benieuwd of jij het wist. ‘Middepuvliekende kracht is als je zo in een loop rijdt en niet naar beneden valt’, antwoordde je ernstig. ‘En ik weet dat van Blaze en de monsterwielen, wist je dat?’ Met je neus in de wind voegde je er nog aan toe: ‘Knap eh, mama, van mij?’

Met diezelfde vraag confronteerde je Sam. Die repliceerde zoals op alles: ‘Ja, ja’. En daarmee was de kous af. Ieder ging weer zijn eigen gang. Sam stortte zich zoals elke dag op haar modderkeuken – lees – meer modder op Sam dan in de keuken. Jij reed met Blaze (een zwart autootje met goud, ooit van tante Karen gekregen, lijkt totaal niet op de superauto Blaze) laag bij de grond, van in de living over de keuken naar de tuin. Je zette al je tijgers op een rij (sinds vandaag ook die je ‘van tante Lieveke en tante Githa mocht lenen’, zei je steeds) en dan speel je weer de leeuwenkoning.

Zo lief als je bent, probeer je Sam te betrekken in je spel. ‘Sam, Sam, kijk nu Sam. Dan ben jij de Siberische en ik het luipaard.’ Sam nuttigde haar breed taalgebruik en zei: ‘Nee, nee’. En toch speelden jullie samen, harmonisch. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Vorige week kwam je beste vriend Léan, voor het eerst in 2 maanden, hier spelen. Je stond al een kwartier op voorhand, in je korte broek en rode botten aan het poortje op hem te wachten. Toen je hem op het kribbepad zag toekomen, liep je dolgelukkig naar hem en riep: ‘Léan, Léan,…

Samen speelden jullie duizend verhalen die dag. Wat was ik blij dat ik mocht meespelen.

‘We were walking the earth like brothers’. Zo moeilijk is dat nu toch niet?

23/04/2020 Hoestbeestjes of blaasbloemen?

 

cas en sam blaasbloemen

We zijn vandaag dag 38 in coronatijden. Ik ken die Corona als een fris Mexicaans biertje. Met een klein stukje citroen in de hals geperst zelfs zeer aangenaam. Het land ging in lockdown. Geen citroen extra dus.

We drinken het zuivere vocht.

Sam ging al een weekje eerder in lockdown. Ze had een kleine hoest en mocht niet meer naar de kribbe. Ze laat het zich dus al even welgevallen door zielig kijkend en met gemak soloslim te gaan. Ook jij bedient haar op haar wenken als ze om ‘snuffel zeurt’.

Jouw held Kapitein Winikio lanceerde het ‘handen wassen lied’. En dus zeulen je moeke en ik ons met gsm in de hand telkens naar de wastafel  als het op handen wassen aankomt. Een tip van oma die werkt. Toen ik je vroeg of je wist waarom handen wassen zo belangrijk is nu, kreeg ik een duidelijk antwoord. “Omdat er kleine, heel onzichtbare hoestbeestjes zijn en die springen heel snel. Juf Heleen had dat verteld met een boekje dat eigenlijk geen boekje was want je moest het zien op de computer.

Je moeke en ik vervullen duizend en een taken dezer dagen. We kruipen in onze beste zijn voor elkaar. We speelden met de treinen: ‘ik was de innerdoenertrein en jij was de rijdertrein’. We maakten een bijenhotel waar vooral ik mee bezig was. Je bouwde met je moeke zandkastelen, waar vooral zij mee bezig was. Je moeke en ik, we zijn een team!

Je ontwierp samen met je moeke – met de precisie van een architect – schema’s om de dagen door te komen. Je werkte een uur aan een stuk. Schema’s en structuur zijn één met je moeke. Toen ik je vroeg of je in de klas ook zo flink werkte, zei je volmondig en met guit in je ogen: ‘ja, want dan kan ik langer bij juf Nathalie zijn.

En Sam stapt en kruipt en krijst en kirt en danst want Sam groeit en ze wil dat wij het zien. Het is een pittige tante. Prinsesje ‘Kruella’ palmt ons in. Sam is jouw hartsvriendin. Sam is Sam. In de fietskar ziet ze een blaasbloem en ze krijst. En dus stoppen we, plukken een bloem en we blazen. Sam biedt perspectief.

Ondertussen komen de vrienden in sociale afstand karrenvrachten liefde afzetten aan het poortje van onze tuin. Jij wil kort bij hen zijn. We vragen je steeds om wat op afstand te staan. ‘Alleen bij familie éh mama, dan mag het wel om kort bij te zijn.’ Mijn hart bloedt. Ik heb nog nooit zo oprecht kunnen zeggen dat mijn hart bloedt.

Vandaag is juf Nathalie de engel, letterlijk de ‘boodschapper van het goede’. Ze had een kleine facetime met jou. Zij aan haar strijkplank (iets wat je wereldbeeld verruimt), jij in je zetel in onze veranda. Je werd opeens een ‘verlicht kind’. Je vertelde over onze nieuwe fiets en over de zandbak. Af en toe keek je  vragend naar mij om info om nog te vertellen. Toen ze weg was in de virtuele wereld keek je somber want je was vergeten dank u te zeggen voor haar foto met kusjes. Jij bent zo een lieve, lieve jongen.

Uren daarna liep je op een wolk.

Af en toe bel je ook met je vriend Lean en dan weten jullie niet wat te zeggen maar jullie vertellen alles.  We missen elkaar.

Blaas die bloem.

Komt goed.

 

 

Verliefd

Net voor de kerstvakantie sijpelde het langzaam door maar wij begrepen het niet ten volle. Toen je moeke je afhaalde van school bleef je onrustig drentelend op de gang. De onbeslistheid van het leven draaiend in rondjes. Je bent zo duidelijk een kind van je moeke. Je wou nog terug naar de klas, juf Nathalie nog een kusje geven.

cas en juf nathalie

’s Avonds aan tafel vertelde je me dit verhaal met de extra toevoeging dat je juf Wendy ook nog wou knuffelen. Overduidelijk gelukkig zijn, stralen, er bestaat niets anders meer in jouw wereld als je juf Nathalie ziet.

 

Ik had nooit gedacht jaloers te kunnen zijn op een driejarig jongetje.

Vanaf toen vroeg je me elke dag of het woensdag was terwijl we naar school fietste. Op woensdag is juf Nathalie er niet. Ik verberg mijn jaloersheid achter een vraag. ‘Wat is dat eigenlijk Casje, verliefd zijn?’ Jouw antwoord leerde me om te aanvaarden. ‘Dat is dat je altijd in de buurt wil zijn.’

Liefde is de sterkste van alle passies. Liefde valt tegelijkertijd het hoofd, het hart en de zintuigen aan (Lao Tzu)

Kerst 2019 – Ik had cent en goud.

kerstmutsenJe hebt deze kerstvakantie zeker al 1000 keer mama geroepen. Waarschijnlijk heb ik 500 keer iets geantwoord. En 250 keer was het een oprecht antwoord.

Het lijkt alsof ik mezelf vermorzel vanbinnen in deze dagen van kerst – en andere nieuwjaarsvreugde. Het zijn zo mijn dagen niet. Te veel of te weinig familie op een rij dezer dagen. En misschien is het de rij wel die me stoort.

Wat zou ik nu anders moeten doen in het volgende jaar? Niets. De verwondering mag me blijvend alarmeren. Ik zal blijven roepen in de woestijn. De verontwaardiging mag me verleidend blijven appelleren. De mooiste nieuwjaarswens kreeg ik van jou en Sam. ‘Mama, kijk!” Meer ga ik ook niet doen in het nieuwe jaar: kijken.

Sinterklaas passeerde, de roetpiet kwam door de schouw. Je keek meer dan eens bedenkelijk naar de schouw. Een pril stadium van kritisch zijn. Je moeke en ik waren dagen aan een stuk zwarte piet, Sam was baby zwarte piet en Moedie kreeg de rol van slecht weer vandaag. Uren aan een stuk improviseerde je ‘Dag Sinterklaasverhalen’. Hugo Mathijsen zou aan jou een perfecte droomvriend hebben.

Sam verjaarde op 7 december. En dat hebben we geweten. Ze eist aandacht, wil eten, veel eten, alleen eten. Ze roept en tiert en kirt om haar standpunt duidelijk te maken. De brulboei van dienst steelt mijn hart bij elke zelfgeproduceerde decibel.

Sinterklaas was nog niet goed en wel terug in Spanje of je moeke en ik kregen een kerstmuts aangemeten. Vanaf nu zijn we allemaal kerstmannen en Sam is de baby. We jinglebellen ons door alle verdiepen van ons huis. Je regisseert de hele santeboetiek hier. Wij spelen de rol van ons leven. Alleen krijgen je moeke en ik geen tijd om onze tekst te repeteren. Dat vreet soms, perfectionisten als we zijn.

Tante Gitta stak haar meubelmakersziel in een prachtig nieuw bedje voor jou. Je wil het aan iedereen tonen. Zo fier als je bent, evenzo klein nog om de stap te wagen. Voorlopig lig je nog in je kleine bedje en kijk je elke avond naar de grote overkant.

Nu de sinterkerstluwte inslaapt en ik dacht tot de orde van de dag te kunnen overgaan dient zich toch weer een nieuw rollenspel aan.

Je verdeelde de rollen als volgt: ‘Moeke had de kastelen, Sam had de schat, jij had de draken en ik had alle goud en cent.’

Ik bedenk er nog wierook en mirre bij die ik in deze dagen aan ‘Trumpiaanse’ mensen zou willen schenken in de hoop op mildheid en ouderwets mededogen.

Van de eenvoud en de (ge)troostte boterham. [1] 02/12/2019

cas en sam

Het troosten van kinderen. Je kan daar een voltijdse dagtaak van maken. Jij moest naar de dokter vandaag na school. Sam ruilde de babygroep in voor de kruipertjes en haar pruillip bij het ontwaken verraadde al het moeilijke afscheid van haar favoriete kinderverzorgster.

Je kwam met grote passen, je handen op de rug ons huis binnengestapt vanmiddag. Je moeke met jas en tas in de weer achter je aan.  Jullie waren naar de dokter geweest want er zit een klein bultje op je piemeltje. Dus, met grote passen, benen lichtjes open stapte je boergewijs onze huiskamer binnen alsof het je persoonlijke erf is.

Hoe was het bij de dokter Casje?

“Goed. Maar niemand mag aan mijn piemeltje komen met vuile handen.”  “Dat begrijp ik”, repliceerde ik. “Ook niet met propere handen. Er moet ijs op mijn piemel en dan komt het in orde.”

Ik organiseerde me meteen met zo’n icepakje, onschuldig lichtblauw, in een handdoek gerold naast jou op de zetel. Onderhandelen met een driejarige over ijs op zijn piemeltje schept een band moet ik zeggen. We groeien verder in de richting van wat het kind NIET wil, namelijk ijs op zijn piemel. Wie ben ik om dat tegen te spreken? Ben nooit echt een fan van ijs geweest.

Dan maar een andere vraag.

Hoe was je dagje op school Cas?  ”Niet leuk.”

Hoe zo, niet leuk?

‘Léan heeft me in de hoek gezet en daarna geduwd tegen het hek van de crèche van Sam. Boenk zo met mijn neus op het hek. En toen had ik een bloedneus en dan moest er ijs op mijn neus.’

“Léan mag zo iets toch niet doen, Cas?”

“Jamaar, mamaaa …. Dat was alsof éh … Léan was alsof de juf.”

“En wie heeft er dan ijs op je neus gelegd?”

“Juf Wendy”

“Is dat wel waar Cas? Moet ik het morgen aan juf Wendy vragen?”

“Neen, je moet het niet vragen. Dat is niet nodig.”

Toen Sam thuis kwam van de crèche trakteerde ik haar op dezelfde vraag: “Hoe was het in de crechewechewes Sam?” Ze lachte geamuseerd alsof ze ons goed liggen had gehad. Geen vuiltje aan de lucht. Het leven lacht haar toe ook in deze volgende stap in de crèche hiërarchie.

Later op de avond keek je vol bewondering naar Dag Sinterklaasje. Zwarte piet heeft een duidelijk signaal gegeven dat het nog vier keer slapen is. Dan is het dé dag.  Volgens jou zijn het snoepgoed en de chocolade tot nu toe slechts een voorbode van de hopen speelgoed die op 6 december door onze schouw zullen vallen.  Gewapend met deze zekerheid ging je vanavond dapper naar je nieuwe slaapkamer. Helemaal boven in ons huis een nieuw rijk voor jou alleen. Gelukkig is je moeke zo lief om dit met jou mee in te slapen.

Toen ik je vanavond vroeg wat je graag wou eten was het antwoord:

‘Getroostte” boterham alstublieft mama.

[1] Vrij naar ‘Van de schoonheid en de troost. Wim Kayser’

Sollemnitas Omnium Sanctorum 01/11/2019 – Herfstweek

cas en mona herfstAvonden vallen donkerdergekleurd ons huis binnen. Buiten ontmoet ik mevrouw egel op een bolletje gerold in onze tuin. Ik ben blij met deze unieke en zeldzame bewoner van ons huis. Ze sterven uit, de egels.

Alle heiligen op een rij passeren mij in deze herfstdagen. De doden omringen ons altijd maar deze week is het anders. Chrysanten bij de feestdis.

Je moeke wou het gezellig houden. “Laat ons een dagje Ikea doen! Dan kan Casje nieuwe spulletjes kiezen voor zijn kamer”. Ik heb me de voorbije dagen een breuk geschilderd in je nieuwe kamer. Je mag naar een nieuwe biotoop, een verdieping hoger in ons huis. Sam palmt jouw kamer dan in en je moeke en ik slapen dan nog eens samen. In die wetenschap schilder ik nog sneller en stem ik toe in een Ikea-uitstap midden in de herfstvakantie. Op de parking van de populaire meubelgigant merk ik dat we niet alleen zijn.

Half Vlaanderen gaat voor Zweedse balletjes.

Ik zweet me menopauzegewijs een ongeluk. Ik wil zo snel mogelijk de Ikealift in, gezellig onder ons viertjes, effe mijn kleren uit om af te koelen. Alleen blijf jij op de liftknoppen duwen en sta ik ook nog eens in mijn hemd voor Zweedse-balletjes-etend Vlaanderen. Je moeke blijft tegen alle verwachtingen in goedgezind. Ze houdt er de moed in. Sam volgt haar en lacht haar kuiltjes diep. Jij kiest een klein, roos varkentje als nieuwe knuffel. Je dag kan niet meer stuk.

Later op de avond zijn we samen in Lommel. Jij slaapt met mij in het grote bed, voor het eerst niet in je kleine bedje. Je moeke slaapt met Sam op een andere kamer. Je moeke en ik, we gaan nog eens moeten daten denk ik.

Tientallen doden bewonen mijn hart, ze leven in mijn hoofd en spreken door elkaar deze week. Ze bouwen rijen van herinneringen die me gevormd hebben, die me helpen groeien hebben.

Ik wandel met jou door het ridderpark’ in Lommel. Je wil in de juiste volgorde de 12 statiën van Jezus’ lijden beklimmen. We rapen eikels. Peter Bram, je moeke, tante Lies, ze willen je allemaal tonen hoe je moet fluiten op het hoedje van de eikel. Je bewondert hun ijver in het fluitconcert.

Jij en Mona fluiten goed gezind langs het graf van je vake, je held. Jullie zetten bloemen neer. Hetzelfde bloemstuk, om de beurt.

Jullie willen alleen maar kleuren, de herfstkleuren …

Zondag zetten we samen rode rozen bij het graf van mijn oma.  Ze was mijn eerste heldin, mijn vat vol verhalen en mijn eerste warme oma boezem als ik bang was.

Ondertussen spelen de protagonisten kaart. Dubbele King deze keer.

Harten blijft troef in Sollemnitas Omnium Sanctorum.