Schoolfeest in de Grasmus. Jij en Sam moeten iets rood aandoen. In de kleur van de liefde fietsen jullie als kleine wielerterroristen richting school. Vastberaden, een doel voor ogen. Het werkt, een doel voor ogen als je kiezen moeilijk vindt en eeuwig twijfelt. Als ik jullie zo eigengereid zie fietsen ben ik blij dat nurture het soms wint van het genetisch materiaal.
Je sleurt Sam overal naartoe. Van het podium richting ijsjes en donuts naar jullie oude vertrouwde plek, het speelpleintje van de crèche. Roots opzoeken heet dat dan. Ik zie je cool bewegen op het podium, je focus op de juf, je lijfje ritmisch, je blik ernstig en trots. Sam danst alsof het podium haar natuurlijke biotoop is. Nurture again.
Gisteren kwam je erg enthousiast thuis van school: ‘Mama, het was heel leuk op school. We hadden geniale repetitie!’
Sam stelt me de ene vraag na de andere. ‘Mama, als je kakka in je broek hebt, wat is dat dan?’. ‘Ja, dat is kakka éh Sam’. ‘Neen, dat is diarree.’ ‘En als je drinkt, waarom heb je dan geluidjes in je oor?’. ‘Weet ik niet Sam’. Ze vraagt, bevraagt. Ze neemt de leiding als jullie mama en papa spelen en ze haalt twintig kleedjes uit de kast. Niets haalt het op het kleedje van meter Gitta. Alleen dat kleedje heeft een rokje dat draait. Sam behaagt en laaft zich aan het leven. Ze heeft haar hart verloren aan juf Fenne. En ze versiert je waar je bij staat. Nurture again.
Jij verdiept je ondertussen in een wetenschappelijk werk. ‘Junior Kijk en weet boek over het lichaam.’ Je kreeg het te leen van Lieverheyden. Elke avond lezen je moeke en ik voor. Over de hersenen, de spieren, het bloed, de smaakpapillen,… Je zuigt de weetjes op als een spons. Kleine wetenschapper. Kleine zoeker. Natureit is.
Ik lees de krant en het verblijdt me niet. Ik lees Marieke Lucas Rijneveld als schoonheid en in troost. ‘Wellicht is alles, wat er aan verschrikking leeft, in diepste wezen wel niets anders, dan iets dat onze liefde nodig heeft.’
Vandaag, 25 mei, negen jaar geleden trouwden je Moeke en ik. Op een zonnige dag die eindigde in een stortbui om drie uur ’s nachts. Zoveel vrienden en familie in tentjes hier en daar op een wei in Bierbeek bij tante Jo en Staf. Het leek wel een festival.
Het kleine festival van Liefde. Van trouwen met één Vanhumbeeck naar leven delen met twee Vanhumbeeckjes. Ik zou het zo weer overdoen.
Want ‘niets bestaat, wat niet iets anders aanraakt’.