Een Arabisch gezegde luidt: ‘De honden kunnen blaffen maar de karavaan trekt verder.’

Cas
Je rent door het huis gewapend met een wc-rolletje op je oog. En leert me hoe de piraat het land nog steeds in zicht heeft.
Joe Biden biedt hoop als gematigd man met verbinding op zijn agenda. Trump blaft en bijt en golft zich doorheen het mulle zand.
Jij knipt en plakt het speelgoed op een wit vel papier. Ik verbind er, naar oeroude gewoonte, braaf en flink zijn aan vast.
De buurvrouw zegt hallo in de tuin en oogt vermoeid. Het werk in het ziekenhuis is zwaar, voor het eerst merkbaar in haar gelaat.
Jij bezweert de hoestbeestjes met Chase en Marshall. De hele boetiek van de Paw Petrollers gaan vooruit in de strijd.
We lezen een boek waarin haas zoekt naar de mooiste plek van de wereld. Als ik je vraag waar jij denkt dat dat is.
Zeg je: ‘thuis’.
Sam
Je zet de paar woorden die je spreekt in wanneer nodig. En leert me dat er in de stilte van het spreken de essentie zit.
Je moeke en ik kruipen door de gaten en spleten van lockdownland. Op onszelf aangewezen om de andere te blijven zien.
Jij volgt je grote broer alsof alleen hij de weg kent naar spanning en spel. Cas neemt je zorgzaam mee op zijn tochten van kampen en bossen.
De wereld draait om zijn as van afstand en afgrond. De mensheid vindt zichzelf opnieuw uit met applaus en respect.
Jij puzzelt je een weg door je kleine leven. De hele boemba-santekraam moet eraan geloven.
Je leest met je moeke een boek over dieren. Fladderend en grommend krijg je grip op de wereld.
En als je moeke zegt: ‘Nu gaan we slapen Sam.’
Zeg je: ‘Nee, nee’