Keere weerom, Reuske, Reuske 30/09/2020

Vanmorgen in bed keek je gefascineerd onder mijn oksel. ‘Wat zijn die haartjes daar, mama?’. ‘Dat zijn okselhaartjes, Cas. Jij krijgt die ook als je groot wordt.’ Je antwoordde met je eeuwige Peter Pan blik: ‘Ik wil klein blijven, mama. Dat weet je toch.’

Een reus zal je nooit worden, dat vermoed ik. Waarschijnlijk in je menslievende daden wel. En toch, iedereen kent wel een reus: Atlas, die de wereld op zijn schouders droeg of David die Goliath klein kreeg. De GVR of Hagrid, de halfreus en beste vriend van Harry Potter.

De laatste maanden is er een jonge man die me niet meer loslaat. Sanda Dia, 20 jaar, student burgerlijk ingenieur die lid wou worden van de studentenclub Reuzegom. Hij moest daarvoor deelnemen aan een extreem doopritueel dat twee dagen duurde. Het werd uiteindelijk zijn dood. Hij zou zo krachtig, waarachtig en verfijnd in het leven hebben gestaan maar zijn tegenstrevers waren reus, lomp, wreed en onbehouwen. Zij wierpen bergen op en verlegden rivierbeddingen en eindigen nu samen in het slijk. Het maakt me blijvend kwaad.

Rituelen die een overgang ondersteunen zouden zacht, zout en zilt mogen zijn omdat ze veiligheid verschaffen voor het nieuwe en ongekende waarin je thuis mag komen. Zoals Juf Sabrina die je opwacht bij de schoolpoort op 1 september, je bij de hand neemt en zegt: ‘Kom Casje, juf Nathalie staat op de speelplaats.’ Omdat ze weet dat je dat nodig hebt. Zoals jij Sam helpt bij elke K-klank die ze uitspreekt, tolkend via koe, kous of kaka leer je haar om grip op de wereld te krijgen. Of zoals Sam het woord ‘toeta’ gebruikt voor alles wat beweegt: fiets, auto, step en buggy omdat ze zo een rituele overgang maakt naar het sprekende zijn.

Bij juf Sabrina is er veiligheid omdat je de rituelen kent: het kindje van de dag, de weermuis, het liedje bij het opruimen. En tegelijk daagt ze je ook uit naar het nieuwe. Er is een draaistoel voor het kindje van de dag en toch mag je zitten waar je wil. ‘Ik mag mijn eigen dingetje doen, mama.’

Sam experimenteert bij wijze van ritueel met het potje. Van fase 1 met pamper op het potje gaan zitten, over fase 2 zonder pamper een kaka doen waar ze van schrikt naar fase 3 waarin ze pot en pipi en al door het huis zwiert. Overgangsrituelen met pipi en kaka zijn schattig als het tot de wereld van de kinderen mag behoren. Al de andere zijn lomp, wreed en onbehouwen.

‘Cas, hoe was je dagje op school?’ vraag ik zo vaak. ‘Leuk’, zeg jij zo vaak.

‘Sanda, hoe was jouw dagje?’ … Ik kan me alleen maar schamen.  Indignez-vous![1]

Keere weerom, Reuske, Reuske

Keere weerom. Reuzegom[2].


[1] (Stéphane Hessel,2010)

[2] Vlaams reuzenlied
Tekst en melodie uit De Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France, 1856
en uit J.F. Willems, Oude Vlaamsche Liederen, 1848