‘Middepuvliekende kracht’ 02 juni 2020

met leanDag 75 in corona-tijden en de dwaasheden stapelen zich op. Ik zit wat verveeld met onze minister van onderwijs die veel te enthousiast voor zijn beurt spreekt. Ik sta wat verbaasd te kijken naar een karrevracht ministers in ons land die niet meer lijken te weten wat hun bevoegdheid is. Ik put wat kracht bij mevrouw Wilmès die zich niet verliest in egotripperij. Leiderschap dat start met excuses, we zien het niet vaak. Wat een verademing in het ge-emmer. ‘Cultuur troost en kalmeert’, zegt ze ook nog.

In de VS breken rellen uit. Aanleiding is de moord op de zwarte George Floyd door enkele blanke politieagenten in Minneapolis. Oorzaak van de woede gaat uiteraard veel dieper dan dat. In 1963 sprak Martin Luther King: “We have flown the air like birds and swum the sea like fishes, but have yet to learn the simple act of walking the earth like brothers.” Het betert er niet op helaas.

Hier thuis in onze bubbel waan ik me soms in een film van Roberto Benigni uit 1997, La vita è bella. Samen met jouw moeke ‘principessa’ leven we in een decor van een moeilijk spel. Maar gezien de hele politieke schijnwereld  zou het ook wel es een Fellini kunnen zijn.

‘Weet je wat middepuvliekende kracht is mama?’ vroeg je vanmiddag. ‘Neen’, zei ik wat verwonderd, benieuwd of jij het wist. ‘Middepuvliekende kracht is als je zo in een loop rijdt en niet naar beneden valt’, antwoordde je ernstig. ‘En ik weet dat van Blaze en de monsterwielen, wist je dat?’ Met je neus in de wind voegde je er nog aan toe: ‘Knap eh, mama, van mij?’

Met diezelfde vraag confronteerde je Sam. Die repliceerde zoals op alles: ‘Ja, ja’. En daarmee was de kous af. Ieder ging weer zijn eigen gang. Sam stortte zich zoals elke dag op haar modderkeuken – lees – meer modder op Sam dan in de keuken. Jij reed met Blaze (een zwart autootje met goud, ooit van tante Karen gekregen, lijkt totaal niet op de superauto Blaze) laag bij de grond, van in de living over de keuken naar de tuin. Je zette al je tijgers op een rij (sinds vandaag ook die je ‘van tante Lieveke en tante Githa mocht lenen’, zei je steeds) en dan speel je weer de leeuwenkoning.

Zo lief als je bent, probeer je Sam te betrekken in je spel. ‘Sam, Sam, kijk nu Sam. Dan ben jij de Siberische en ik het luipaard.’ Sam nuttigde haar breed taalgebruik en zei: ‘Nee, nee’. En toch speelden jullie samen, harmonisch. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Vorige week kwam je beste vriend Léan, voor het eerst in 2 maanden, hier spelen. Je stond al een kwartier op voorhand, in je korte broek en rode botten aan het poortje op hem te wachten. Toen je hem op het kribbepad zag toekomen, liep je dolgelukkig naar hem en riep: ‘Léan, Léan,…

Samen speelden jullie duizend verhalen die dag. Wat was ik blij dat ik mocht meespelen.

‘We were walking the earth like brothers’. Zo moeilijk is dat nu toch niet?

Plaats een reactie