Je leeft zo kort bij de grond. Een mier in Frankrijk blijkt evenzeer de moeite om voor door de knieën te gaan, observatiemateriaal wat ook gewoon in België te vinden is. Je lacht dezelfde guitige glimlach als je je voetje erop zet en kordaat zegt: ‘Die is dood’. Je moeke en ik reden dus een kleine 900 kilometer om dit te mogen beleven. Ik herval samen met jou in Belgische gewoontes. Ik drink een biertje en doe de zoveelste poging om niet te roken.
En toch zijn er kleine verschillen: het bier is van een bedenkelijke kwaliteit, we meten 35 graden in de zon en smelten weg, meer dan door jou alleen deze keer. Onze buren, het luidruchtige cliché van de Nederlanders, het bestaat dus: de camping is van hen, ze praten niet maar brullen, ze hebben geen waxinelichtje zoals wij maar spannen een grote TL lamp boven hun tenten die discogewijs van kleur verandert bij elke brul die ze laten. Hun muziek is geen kleine ukelele maar een technomix op Andre Hazes. “Want zij gelooft in mij…” Deze versie gaat zelfs mij een brug te ver. Bovendien vinden ze alles leuk. En gezellig ook. Ik zoek naar rust. Ik vind die bij jou slapend lijfje.
Ik leer jou om dankjewel te zeggen tegen de inwoners van Frankrijk. Je wil het kunnen, dus telkens je een Fransvrouw ziet, kijk je schalks in mijn richting met de woorden: ‘Merci coucou.’ Zij smelt.
’s Avonds daalt de temperatuur een beetje. Achter onze tent vieren de Fransen ‘iets’. Ze leven zich uit op de meest foute muziek. Jij danst sierlijk zolang niemand naar je kijkt. Ik vergeet op slag de plastieken eenhoorn die ik vanmiddag in het zwembad door een wild kind in de oren geduwd kreeg. Ik erger me nu precies minder aan vliegen in mijn bord en dreigende bijen, venijnig met hun staart richting mensenhuid.
Zolang jij danst, vergeet ik ook even dat je moeke met baby in de buik zich wat omsluit in haar eigen gekende stilte, dat je vake weer geveld wordt door koorts en dat de lieve Inge, van wie je je duplo’s kreeg het leven moedig verlaat. Ze is een mooi en krachtig mens die merci zegt tegen het leven. Merci coucou.
Vanavond reed ik na 500 kilometers ‘molletje kijken’ het gloeiend hete asfalt van Leuven op, en bij de voordeur zei je simpelweg: ‘Hier zijn we weer!’
Merci coucou.
Jij keek met je moeke Roland-Garros en spurtte met muizenpasjes richting TV en echode haar na: ‘Komaan Halep!’