Paaslak 30/05/2018

Ergens tussen Pasen en Pinksteren schreef Catharina de Visser “Sta op en schitter”, een gedicht dat ik van Moeberg kreeg na ons bezoekje op de zonneheuvel.

Jij richt me elke ochtend op naar Pasen. Je eerste woord in de ochtend toetert het alledaagse nieuw leven in, en hoewel ik niet altijd aan dat nieuwe moment wil beginnen, ik word geveld want jij schittert. Deze week werd een klein meisje Mawda, even oud als jij, in een idioot tafereel neergeschoten. Idioot want blijkbaar is het moeilijk om samen te leven. Ik word geveld want zij schittert niet meer.

Mijn lieve zoon, hoe gelukkig maak je mij wel niet als je elke ochtend zegt: “Paaslak” en daarna ‘voetjes zoeken” terwijl het “slaapzak” zou moeten zijn.

Slaap zacht, hier elders, lieve Mawda.

Slaap zacht, hier, lieve Cas

”Jij groeit als kool” zei Moeberg 04/05/2018

zonnebloem

Een kool doet er drie maanden over om volledig tot wasdom te komen. Dat is snel in de wereld van de planten als je bedenkt dat een aardappel vijf maanden nodig heeft en suikerbiet zelfs twee jaar.

Jij bent nu twee jaar, suikerbietgewijs op snee dus. Volgens de brochures van kind en gezin worstel je nu met de T.T.T. “The Terrible Two”. Ik vind er niks terrible aan. Ik hoor je vragen stellen, ik zie je onderzoeken en ontdekken en verwonderd wezen. Ik luister hoe je elk woord wat ik zeg als een echo in mijn nek blaast; zoals vandaag “pijnboompitjes”. In de crèche zouden ze even een vraagteken rollen met de wenkbrauwen moest je daarnaar vragen.

Ik kijk vertederd als je met je beide handjes je broekspijpen oprolt tot een korte “sukkewiske” broek en toch in de ochtend protesteert als we je een korte broek aanmeten, omdat wij het schattig vinden. Jij zegt en brult dan: “Sukkewiske broek, niet!”. Je eigen ik die groeit als kool.

Ik wandelde met jou dit weekend op de mooie Kesselberg. We gingen naar de schaapjes kijken maar ze waren op stal. Als een mantra herhaalde je: “Schaapjes stal”, dapper in de regen, kwartieren aan een stuk.

We gingen daarna geneveld door het ochtendgloren op de koffie bij Moeberg. “Hij groeit als kool” zei ze. Je speelde met oude knikkers op de mat. Je keek verwonderd naar een cherubijnen beeldje, iets kleiner dan jij. En toen we vertrokken, gewapend met zonnebloem van de zonneheuvel zei je eenvoudig: “Daaaag Berg”.

Met je botten aan heb je die zonnebloem geplant in onze tuin. Net zoals ik na het werk stomp je je schop in de grond.

Alleen maar dankbaar kan ik zijn.