Geboorte 01/04/2016
Zoveel mensen om ons heen. Ik ken er niemand van, behalve je moeder. Ze geeft zich voor het eerst en ik heb een donkerblauw vermoeden ook voor het laatst in het nu. Haar armen gekruisigd en overgeleverd aan de vrouw die boven haar hangt. Haar benen dicht voor het eerst in zeventien uren. Haar hand in de mijne. Haar ogen naar de vrouw die op dat moment het meest vertrouwen gaf en recht boven haar gelaat hing. Gelukkig ben ik niet echt jaloers omdat zij me geleerd heeft hoe dat niet hoeft. Appelblauwzeegroen, zo wil ik me de jassen herinneren. Bedrijvigheid, ik woon in een bijenkorf vanaf nu. Er zijn zoveel werksters voor één koningin, geen man te bespeuren. Of toch, de man die vraagt om te tellen tot drie en de man die mij zoetbloederig met een oprukkende wasem uit een ander leven toeschreeuwt dat hij vanaf nu de altijd de aanwezige zal zijn. Ik schrik, streel haar en loop met een lens die inzoomt achter je aan. Ik maak mijn beste foto ooit.