Ceci n’est pas une tute

img_4036

Ceci n’est pas une tute 18/11/2016

Je reikt naar het blauw groene heiligdom alsof het met je mee is gegeven om te leven. Heel af en toe wil je dat kleine troostdom met me delen. Je doet dat omzichtig en traag alsof je me nog niet vertrouwt.

Ik brabbel wat filosofische jabbertalk met de heilige blauwe gelsubstantie tussen mijn tanden en jij schaterlacht. Je blikt me wat schelmachtig toe alsof je wil zeggen dat ik in relatie tot het zuigfenomeen nog veel te leren heb. Je deelt de eerste verbinding tussen gift en aanname met mij, arme wereldbewoner. Kleine betweter met de kuilige wangen. Je vangt me.

Ik zou ze herkennen, die blauwe tutter van jou tussen een miljoen andere. En nu, des avonds, ligt de focus van het leven naast je op je kussen, uitgeput van het zijn.

 

Zoveel mensen om ons heen

eerste-fotos-casjeGeboorte 01/04/2016

Zoveel mensen om ons heen. Ik ken er niemand van, behalve je moeder. Ze geeft zich voor het eerst en ik heb een donkerblauw vermoeden ook voor het laatst in het nu. Haar armen gekruisigd en overgeleverd aan de vrouw die boven haar hangt. Haar benen dicht voor het eerst in zeventien uren. Haar hand in de mijne. Haar ogen naar de vrouw die op dat moment het meest vertrouwen gaf en recht boven haar gelaat hing. Gelukkig ben ik niet echt jaloers omdat zij me geleerd heeft hoe dat niet hoeft. Appelblauwzeegroen, zo wil ik me de jassen herinneren. Bedrijvigheid, ik woon in een bijenkorf vanaf nu. Er zijn zoveel werksters voor één koningin, geen man te bespeuren. Of toch, de man die vraagt om te tellen tot drie en de man die mij zoetbloederig met een oprukkende wasem uit een ander leven toeschreeuwt dat hij vanaf nu de altijd de aanwezige zal zijn. Ik schrik, streel haar en loop met een lens die inzoomt achter je aan. Ik maak mijn beste foto ooit.

 

Het lijkt wat op de circusschool

Ergens op weg naar 01 april 2016

Het lijkt wat op de circusschool waarin we belanden. Kleurige hangdoeken die net niet bewegen en toch in slappe hangtoestand iets van je verwachten. Een grote blauwe bal waar je mee zou mogen rollen als een wijs in meditatie, zen over en weer. Ik had je zo graag in het warme bad willen droppen, met held en al, maar het oogde al koel toen we ons aanmelden in het huis van leven. Ik heb je nog nooit zo gelukkig in pijn geweten. Bevallen, mij lijkt het een ambacht. Ik richt een nieuwe gilde op. Die van: ‘ik ken hier niets van en toch ben ik vertrouwd met de stiel.’ Op de gang feest een Afrikaans gezin een geboorte. Veel volk op de gang, veel muziek in hun glimlach. De opa vertelt vol humor aan de vroedvrouw hoe wit zijn kleinkind op de wereld kwam. En of ze dat gezien heeft? Alsof hij wou overtuigen dat we tenslotte toch allemaal gelijk zijn. De man deelde haar als een oude puber mee dat hij net veertig was geworden en dus nu ook opa. Ik werd vijftig.

 

Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien

Iets voor middernacht 31/03/2016

Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien. Het water liep uit haar lijf en droogde op in haar ogen.
Iets zoals sterren dat ook doen, blijven blinken. Ze was zo sereen en rustig in elke kleine beweging die ze maakte. Zelden was ze zo mooi. De held in ons leven stapte even rustig als zijn moeder in mijn leven.
Het donker buiten zong een verstaanbaar lied, althans voor wie de refreinen kent. Ik stapte een nieuw leven in met haar, met hem. Hij was me al negen maanden dierbaar. Ik opende het boek dat ik nooit heb willen kopen maar waarvan de hoofdstukken al in boekdruk leefden in haar hart. gapen-en-slapen